Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene, geboren in 1953 en onder bewind gesteld vanwege cognitieve achteruitgang, werd vanaf 2012 vertegenwoordigd door verzoekster als bewindvoerder. Na haar ontslag in 2018 werd verweerster benoemd tot opvolgend bewindvoerder, die onderzoek deed naar het gevoerde bewind.
De kantonrechter stelde vast dat verzoekster tekort was geschoten in haar zorgplicht, wat leidde tot schade van €130.054,43. Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat zij niet volledig aansprakelijk was en dat het schadebedrag gematigd moest worden.
Het hof verwierp deze grieven, oordeelde dat verzoekster ondanks goedkeuring van de kantonrechter verantwoordelijk blijft voor onrechtmatige uitgaven, en dat zij onvoldoende bewijs leverde voor haar betwistingen omtrent kosten en uitgaven. De schadevergoeding en proceskosten werden bevestigd en het hoger beroep grotendeels afgewezen.
Uitkomst: De voormalig bewindvoerder is aansprakelijk gesteld voor tekortschietend beheer en veroordeeld tot betaling van €130.054,43 schadevergoeding en proceskosten.