ECLI:NL:GHARL:2021:4477
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen snelheidsovertreding binnen bebouwde kom en schending hoorplicht
De betrokkene werd beboet voor het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 4 km/h op 27 augustus 2017. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De gemachtigde van de betrokkene stelde dat er geen oproeping voor de zitting was ontvangen, waardoor het appelverbod buiten toepassing moest worden gelaten.
Het hof stelde vast dat de gemachtigde niet behoorlijk was opgeroepen voor de zitting, waardoor het appelverbod buiten toepassing werd gelaten en het hoger beroep ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens oordeelde het hof dat de officier van justitie ten onrechte had afgezien van de hoorplicht, waardoor de beslissing van de officier van justitie werd vernietigd.
De betrokkene voerde aan dat de beschuldiging niet in een taal was gesteld die hij verstaat, maar het hof oordeelde dat uit de Duitse beschikking voldoende duidelijkheid over de overtreding kon worden afgeleid. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter wegens schending van de hoorplicht, verklaart het hoger beroep ontvankelijk en wijst het beroep tegen de snelheidsovertreding ongegrond.