Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie waarin een sanctie van €230 werd opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 18 augustus 2016. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat zou zijn ingediend. Het hof oordeelde echter dat de beslissing van de officier van justitie geen dictum bevatte en de motivering niet tijdig was toegezonden, waardoor de beroepstermijn niet was aangevangen en het beroep tijdig was ingesteld.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en beoordeelde het beroep inhoudelijk. De betrokkene ontkende de gedraging en stelde dat hij de telefoon in zijn borstzak droeg en zijn hand tegen zijn oorschelp hield vanwege beschadiging. De ambtenaar verklaarde echter dat hij de betrokkene tijdens het rijden met zijn linkerhand een mobiele telefoon zag vasthouden en dit direct achter hem constateerde.
Het hof achtte de verklaring van de ambtenaar betrouwbaar en stelde vast dat het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden verboden is, ongeacht of er gebeld werd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens stelde het hof vast dat de opgelegde sanctieverhogingen onterecht waren toegepast en deze moesten worden teruggedraaid.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie wegens vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt ongegrond verklaard en de sanctieverhogingen worden teruggedraaid.