Uitspraak
OVM,
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat centraal of OVM gehouden is het loon van de werknemer door te betalen nadat deze zich ziek had gemeld. De werknemer trad op 1 maart 2020 in dienst als conciërge met een tijdelijk contract. Na een incident bij het schoonmaken van toiletten meldde hij zich ziek. OVM stopte de loondoorbetaling per 1 juni 2020 nadat de werknemer niet op het werk verscheen.
De werknemer vroeg een deskundigenoordeel aan bij het UWV, dat op 30 juli 2020 concludeerde dat hij vanwege beperkingen zijn werkzaamheden niet passend kon verrichten. De kantonrechter wees de vordering van de werknemer tot loondoorbetaling toe, waarbij het deskundigenadvies van het UWV werd gevolgd boven het advies van de bedrijfsarts van OVM.
OVM ging in hoger beroep en stelde dat de werknemer niet ziek was en dat hij passende arbeid had moeten verrichten. Het hof verwierp deze grieven en bevestigde dat het UWV-advies doorslaggevend is. Het hof oordeelde dat OVM onvoldoende had gedaan om passende arbeid aan te bieden en dat de werknemer niet zonder geldige reden had geweigerd te werken. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en OVM werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat OVM gehouden is het loon van de werknemer bij ziekte door te betalen.