ECLI:NL:GHARL:2021:4378
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake hoorplicht en tijdigheid beroep Wahv
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het hof beoordeelde de procedure waarin de gemachtigde van de betrokkene de ontvangst van de oproepingsbrief betwistte, maar oordeelde dat de verzending aannemelijk was gemaakt met ondertekende verklaringen. De enkele ontkenning van ontvangst was onvoldoende.
Verder stelde de gemachtigde dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet in de gelegenheid was gesteld om te worden gehoord. Het hof oordeelde dat de officier van justitie ten onrechte had afgezien van een hoorzitting, terwijl de gemachtigde meerdere malen had verzocht om een alternatieve datum. Hierdoor was de hoorplicht geschonden en werd de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie vernietigd.
Ten aanzien van de inleidende beschikking stelde het hof vast dat het beroep niet tijdig was ingesteld, aangezien het beroepschrift pas na het verstrijken van de beroepstermijn was ontvangen en de gemachtigde dit niet aannemelijk had gemaakt. Daarom werd het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, terwijl het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond is verklaard vanwege schending van de hoorplicht.