ECLI:NL:GHARL:2021:404

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 januari 2021
Publicatiedatum
18 januari 2021
Zaaknummer
Wahv 200.248.426/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over beroepsgerechtigdheid en machtiging in hoger beroep Wahv-zaken

In deze tussenuitspraak behandelt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de vraag of degene die hoger beroep instelt, ook daadwerkelijk beroepsgerechtigd is. De zaak betreft een hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter in een Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) procedure.

De kantonrechter had het beroep van een persoon (A) ongegrond verklaard omdat deze geen machtiging had om namens de betrokkene administratief beroep in te stellen. Alleen degene die bij de kantonrechter beroep had ingesteld, is volgens artikel 14 Wahv Pro bevoegd om hoger beroep in te stellen. De gemachtigde van de betrokkene had hoger beroep ingesteld namens de betrokkene, maar omdat deze niet degene was die het beroep bij de kantonrechter had ingesteld, is dit niet toegestaan zonder machtiging.

Het hof geeft de gemachtigde nu de mogelijkheid om binnen vier weken een machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij ook gemachtigd is namens de oorspronkelijke beroepsgerechtigde hoger beroep in te stellen. Indien dit niet gebeurt, zal het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit is geregeld.

Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte machtigingen in bestuursrechtelijke procedures en de strikte toepassing van de bevoegdheidsregels in hoger beroep bij Wahv-zaken.

Uitkomst: Het hof stelt de gemachtigde in de gelegenheid om binnen vier weken een machtiging te overleggen, anders wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.248.426/01
CJIB-nummer
: 210438125
Uitspraak d.d.
: 18 januari 2021
Tussenarrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 september 2018, betreffende

[A] , wonende te [B] .

Hoger beroep ingesteld door [de betrokkene] , wonende te [B] .

De gemachtigde van [de betrokkene] is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van [de betrokkene] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Het hof dient allereerst te beoordelen of degene die hoger beroep heeft ingesteld, beroepsgerechtigd is.
2. Aan [de betrokkene] is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd. Tegen deze beschikking is administratief beroep ingesteld door [A] . De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat [A] geen machtiging heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij of zij namens [de betrokkene] administratief beroep mocht instellen tegen de inleidende beschikking. Die beslissing heeft dus te gelden als beslissing op het beroep van [A] . De kantonrechter heeft het beroep beschouwd als ingesteld door de gemachtigde namens [A] en het beroep ongegrond verklaard. Gelet op artikel 14, eerste lid, van de Wahv, kan alleen hoger beroep worden ingesteld door of namens [A] .
3. Uit het hoger beroepschrift blijkt dat de gemachtigde namens [de betrokkene] hoger beroep instelt. In de nadere toelichting bevestigt de gemachtigde dat hij namens [de betrokkene] optreedt. Nu [de betrokkene] niet degene is namens wie beroep is ingesteld bij de rechtbank (maar [A] ) kan niet namens Kharkach hoger beroep worden ingesteld.
4. Het hof zal, gelet op artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht, de gemachtigde in de gelegenheid stellen om binnen vier weken na verzending van dit tussenarrest een machtiging te verstrekken waaruit blijkt dat hij (ook) gemachtigd is om namens [A] hoger beroep in te stellen. Indien de gemachtigde deze machtiging niet (tijdig) overlegt, kan het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren.
5. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

Het gerechtshof:
stelt de gemachtigde in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van dit tussenarrest een machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens [A] hoger beroep in te stellen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenarrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.