ECLI:NL:GHARL:2021:3877
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ontwikkelingsbedreiging
In deze zaak stond de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen centraal, die door de kinderrechter was uitgesproken voor de periode tot 1 september 2021. De moeder kwam in hoger beroep tegen deze beschikking en voerde aan dat geen sprake was van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. Zij stelde dat de kinderen zich goed ontwikkelen en dat zij openstaat voor hulpverlening. Tevens wees zij op het ontbreken van voldoende mogelijkheden voor de ouders om het vrijwillig kader optimaal te benutten.
De raad voor de kinderbescherming voerde verweer en handhaafde het standpunt dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat de ouders onvoldoende in staat zijn om de bedreiging weg te nemen. De raad benadrukte de noodzaak van toezicht vanuit een verplicht kader vanwege samenwerkingsproblemen en wantrouwen tussen de ouders.
Het hof oordeelde dat onvoldoende concrete aanwijzingen voor een ernstige ontwikkelingsbedreiging aanwezig zijn die niet via hulp in een vrijwillig kader kunnen worden weggenomen. Het contact tussen de vader en de kinderen was hersteld en verloopt naar tevredenheid. De ouders zijn bovendien aangemeld voor scheidingsbemiddeling om de communicatie te verbeteren.
Het hof bekrachtigde de ondertoezichtstelling tot de datum van de uitspraak en vernietigde deze voor de periode daarna, waarbij het verzoek van de raad tot voortzetting van de ondertoezichtstelling werd afgewezen. Het belang van de kinderen en de omgang met de vader werden benadrukt, evenals de noodzaak voor ouders om samen te werken aan een goede omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voortzetting van de ondertoezichtstelling af en vernietigt de beschikking voor de periode na de uitspraak.