Art. 25 RVV 1990Art. 6:193d BWUitvoeringsvoorschriften BABW inzake het wegverkeer
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging sanctie voor parkeren zonder parkeerschijf ondanks afwijkende blauwe streep markering
De betrokkene werd administratief gesanctioneerd wegens parkeren zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf in een blauwe zone op de Reeweg Oost in Dordrecht. Hij betwistte de sanctie omdat de blauwe streep volgens hem niet voldeed aan de wettelijke eisen, daar deze bestond uit blauwgrijze klinkers die afweken in kleur en breedte van de voorgeschreven ultramarijn blauwe verf.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigde dit oordeel. Het hof overwoog dat de afwijkende markering met blauwgekleurde klinkers, ondanks dat deze niet ultramarijn of exact volgens voorschriften was, wel als een herkenbare blauwe streep kon worden aangemerkt. De betrokkene had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de markering zodanig onduidelijk was dat hem geen sanctie kon worden opgelegd.
Het hof benadrukte dat weggebruikers de nodige zorg moeten betrachten om zich te vergewissen van de geldende parkeerregels. De stelling dat de gemeente Dordrecht mogelijk wettelijke regels heeft overtreden, viel buiten de reikwijdte van deze bestuursrechtelijke procedure en werd niet inhoudelijk behandeld.
De sanctie van €95 bleef gehandhaafd, waarbij het hof de authenticiteit van de door de ambtenaar ingebrachte foto's bevestigde en de verklaring van de ambtenaar als voldoende bewijs aanzag. De procedure beperkte zich tot de vraag of de overtreding had plaatsgevonden en of de sanctie terecht was opgelegd.
Uitkomst: De sanctie van €95 voor parkeren zonder parkeerschijf bij een blauwe streep wordt bevestigd.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.273.815/01
CJIB-nummer
: 220448276
Uitspraak d.d.
: 20 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 9 januari 2020, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: “motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijk geplaatste parkeerschijf”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 juni 2018 om 13.51 uur op de Reeweg Oost in Dordrecht met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De betrokkene bestrijdt niet dat hij het voertuig zonder duidelijk zichtbare parkeerschijf op de betreffende locatie heeft geparkeerd, maar voert aan dat ten tijde van de gedraging geen sprake was van een duidelijk zichtbare en wettelijk voorgeschreven blauwe streep waardoor hij op het verkeerde been is gezet. De betrokkene heeft bij de Afdeling Wegenverkeerswet van het Ministerie van Infrastructuur in Den Haag navraag gedaan over hoe een blauwe zone in Nederland dient te worden aangeduid. Op basis van die informatie komt hij tot de conclusie dat een ultramarijn blauwe markering aangebracht op het wegdek met zogenaamde ‘signaal verf’ met een minimale breedte van 190 mm ten tijde van de gedraging ter plaatse ontbrak. Dit wordt bevestigd door de foto’s van de gedraging die de ambtenaar heeft ingebracht. De betrokkene stelt dat de gemeente Dordrecht creatief bezig is geweest door blauwachtig grijze baksteentjes van nauwelijks 90 mm breedte in het wegdek aan te brengen, terwijl die bakstenen ook nog worden afgewisseld met witte exemplaren waardoor sprake is van een onderbroken lijn. De betrokkene wijst erop dat uit - door hem uitgevoerd - nader onderzoek volgt dat deze door de gemeente Dordrecht gehanteerde wijze van aanduiden van een blauwe streep voor meerdere automobilisten kennelijk niet duidelijk was. Dit omdat bij 10 van de 13 geparkeerde voertuigen geen ingestelde parkeerschijf op het dashboard lag. De gemeente heeft de situatie een maand na de gedraging aangepast. De weigering van de gemeente Dordrecht om eerder de richtlijnen van het Ministerie van Infrastructuur op te volgen, leidt ertoe dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 6:193d van het Burgerlijk Wetboek (BW). De betrokkene vindt de sanctie dan ook onterecht. Daarnaast stelt de betrokkene dat de door de ambtenaar en advocaat-generaal ingebrachte foto’s zijn gefotoshopt. Over de afbeeldingen ligt een heel blauwe zweem, kennelijk met het doel de grijsblauwe bakstenen blauwer te doen lijken. De kleur op de foto’s is echter nog verre van de vereiste ultramarijn. Verder voert de betrokkene aan dat bij de betreffende ambtenaar sprake is van ‘bedrijfsblindheid’. De ambtenaar bevond zich op voor hem bekend terrein waardoor hij er vanzelfsprekend van uit is gegaan dat op de markeringen van de blauwe zone ter plaatse niets aan te merken viel. De betrokkene vindt het daarom onbegrijpelijk dat voor de kantonrechter de ambtsedige verklaring van de ambtenaar prevaleert boven zijn verweer dat is ondersteund met overduidelijk en doorslaggevend bewijs.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 25 vanPro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 25 luidtPro - voor zover hier van belang - als volgt:
"(…)
2. Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf.
Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst."
4. In hoofdstuk IV, paragraaf 1 van de Uitvoeringsvoorschriften Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake het wegverkeer) is - voor zover hier relevant - het volgende vermeldt:
"1. Tekens op het wegdek zijn wit tenzij voor een afzonderlijk teken anders is bepaald. (…)
2. De minimale breedte van strepen is 0,10 m. (…)."
5. In hoofdstuk IV, paragraaf 2 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake het wegverkeer is verder - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:
"3. De blauwe streep als bedoeld in art. 25, tweede lid, van het RVV 1990
Plaatsing
De blauwe streep wordt tenminste aangebracht:
- aan een lange zijde van een parkeervak bij langsparkeren;
- aan een korte zijde van een parkeervak bij haaks of schuin parkeren;
- of langs de kant van de rijbaan waar parkeren over grotere lengte met gebruik van de parkeerschijf is toegestaan."
6. Het hof stelt voorop dat het niet zo is dat de ambtenaar altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of er specifieke feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
7. De verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht houdt - zakelijk weergegeven - in dat hij op de in de inleidende beschikking genoemde datum, tijd en plaats heeft geconstateerd dat een Nissan met het kenteken [0-YYY-00] bij een blauwe streep stond geparkeerd zonder parkeerschijf waarop de juiste aanvangstijd was aangegeven.
8. Op 20 december 2018 heeft de ambtenaar nog aanvullend verklaard - zakelijk weergegeven - dat er sprake was van een parkeerschijfzone en er een bord E10 was geplaatst. Op de pleeglocatie is het toegestaan om anderhalf uur te parkeren met een zichtbare blauwe parkeerschijf. In het voertuig van de betrokkene lag echter geen parkeerschijf. De blauwe streep was ten tijde van de gedraging duidelijk en zichtbaar. De ambtenaar heeft ongeveer 5 minuten pardontijd is acht genomen en heeft de bestuurder niet in de nabije omgeving van het voertuig aangetroffen. Bij deze verklaring heeft de ambtenaar het brondocument en een aantal door hem gemaakte foto’s van de gedraging gevoegd.
9. Aan de hand van de door de betrokkene, de ambtenaar en de advocaat-generaal in de procedure ingebrachte afbeeldingen van de situatie ter plaatse stelt het hof het volgende vast. De rijbaan van de Reeweg Oost bestaat uit asfalt. Naast de rijbaan bevindt zich een roodgekleurde fietsstrook. Evenwijdig aan die fietsstrook zijn parkeervakken gesitueerd, waarvan de klinkers grijs van kleur zijn. De betrokkene heeft geparkeerd ter hoogte van Reeweg Oost nummer 29. Daar bevinden zich twee parkeervakken. De eerste rij grijze klinkers van deze parkeervakken liggen haaks op de roodkleurige fietsstrook. Vervolgens vormen een aantal blauwkleurige klinkers een streep die parallel loopt aan de rijbaan. Deze blauwe lijn wordt in het midden onderbroken door een zestal witte klinkers. In het midden van die zes witte klinkers zijn haaks nog een aantal witte klinkers aangebracht waardoor een T wordt gevormd. Deze witte klinkers markeren de twee parkeervakken. De grijze klinkers in de parkeervakken zijn verder in visgraatverband gelegd en in het midden van beide vakken, direct naast de lijn van blauwkleurige klinkers, is een grijze tegel met de letter P ingelegd. De parkeervakken worden aan de andere kanten begrensd door een verhoging. Door middel van die verhoging worden de parkeervakken afgescheiden van het daarachter liggende trottoir en de naastgelegen bomen. Het voertuig van de betrokkene stond in het parkeervak direct voor de banketbakkerij. Het voertuig van de betrokkene staat niet helemaal in het parkeervak waardoor twee wielen op de roodgekleurde fietsstrook staan en de rij blauw gekleurde klinkers zich onder het voertuig bevinden.
10. De enkele suggestie van de betrokkene dat de door de ambtenaar en de advocaat-generaal ingebrachte foto’s gefotoshopt zouden zijn, is onvoldoende om te twijfelen aan de authenticiteit van die afbeeldingen.
11. Uit de zich in het dossier bevindende afbeeldingen leidt het hof af dat aan de lange zijde van het parkeervak waar het voertuig van de betrokkene geparkeerd stond een blauwe streep in het wegdek is aangebracht. Dat deze streep niet helemaal tot het einde van het parkeervak door loopt en eindigt met een drietal witte straatklinkers, maakt niet dat daarmee sprake is van een onderbroken blauwe streep. Dat deze streep kennelijk niet ultramarijn van kleur is maar grijsblauw zoals de betrokkene stelt, maakt - wat daar verder ook van zij - niet dat deze streep ten tijde van de gedraging voor de betrokkene niet waarneembaar was. Het hof acht dat in ieder geval niet aannemelijk. Zeker niet nu de gedraging bij daglicht is begaan.
12. Hoewel de blauwe streep in afwijking van hoofdstuk IV, paragraaf 1, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens mogelijk smaller is dan tien cm, brengt dit niet mee dat geen sanctie aan de betrokkene kan worden opgelegd. Vaste rechtspraak van dit hof is dat de bepalingen in de Uitvoeringsvoorschriften BABW zijn gericht tot de wegbeheerder. Weggebruikers kunnen aan die regels geen rechten ontlenen. Het staat niet ter beoordeling van de individuele weggebruiker of een verkeersteken overeenkomstig de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens is geplaatst.
13. Verder wordt overwogen dat van bestuurders die gebruik willen maken van een parkeerplaats mag worden verwacht dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat het parkeren op de gekozen parkeerplaats is toegestaan en of daarvoor het gebruik van een parkeerschijf noodzakelijk is. Dat de bestuurder van het voertuig de streep mogelijk niet heeft opgemerkt, is een omstandigheid die voor rekening van de betrokkene komt. Dat meer weggebruikers hun voertuig geparkeerd zouden hebben zonder daarbij een parkeerschijf achter de voorruit te leggen, brengt op zichzelf niet mee dat van een onduidelijke situatie sprake is. De omstandigheid dat de gemeente een maand later de belijning heeft aangepast, zoals de betrokkene stelt, betekent evenmin dat de situatie ten tijde van de gedraging te onduidelijk was. Naar het oordeel van het hof is dan ook komen vast te staan dat de gedraging is verricht, terwijl niet is gebleken van omstandigheden die aanleiding geven tot het achterwege laten van de opgelegde sanctie of matiging van het bedrag van die sanctie.
14. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep van de betrokkene terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.
15. Tot slot wijst het hof erop dat in deze (administratiefrechtelijke) procedure slechts ter beoordeling staat de vraag of de gedraging is verricht en of er sprake is van zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege moet blijven of gematigd zou moeten worden. De stelling van de betrokkene dat de gemeente Dordracht mogelijk artikel 6:193d van het BW heeft overtreden, valt daarmee buiten de reikwijdte van deze procedure. Daarom zal het hof dit verweer van de betrokkene verder onbesproken laten.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.