ECLI:NL:GHARL:2021:3852

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 april 2021
Publicatiedatum
20 april 2021
Zaaknummer
Wahv 200.264.773/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:6 APV HeerlenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor langdurig parkeren camper op openbare weg

Betrokkene kreeg een sanctie van €95 opgelegd wegens het langer dan vijf achtereenvolgende dagen plaatsen van een camper op de openbare weg in Heerlen. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat hij niet de eigenaar noch de bestuurder was en dat het voertuig alleen voor verkeersdoeleinden werd gebruikt.

Het hof overwoog dat de APV van Heerlen het plaatsen of hebben van een kampeerwagen op de weg verbiedt, ongeacht het gebruiksdoel. Hoewel de eigenaar van het voertuig een derde was, kan zowel de bestuurder als de eigenaar worden aangesproken. Echter, het hof kon op basis van het dossier niet vaststellen dat betrokkene het voertuig op de betreffende plek had neergezet.

De verklaring van de ambtenaar en de fotobewijzen toonden dat de camper langer dan vijf dagen op dezelfde plek stond, maar niet dat betrokkene de camper daar had geplaatst. Betrokkene ontkende dit en het hof achtte het bewijs onvoldoende om hem aan te spreken. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctie van de officier van justitie.

Uitkomst: De sanctie tegen betrokkene wordt vernietigd omdat niet is vastgesteld dat hij het voertuig op de weg heeft geplaatst.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.264.773/01
CJIB-nummer
: 222082722
Uitspraak d.d.
: 20 april 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 27 juni 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “op een weg een caravan, kampeer-/ aanhangwagen e.d. plaatsen of hebben langer dan de vastgestelde termijn”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 december 2018 om 09:33 uur op de Onder Krijtstraat in Heerlen met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .
2. De betrokkene is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter en stelt zich op het standpunt dat de overtreden regel uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) om twee redenen niet van toepassing is. Enerzijds wordt de kampeerwagen louter voor verkeersdoeleinden gebezigd en anderzijds is de betrokkene niet de eigenaar/bestuurder (dat is zijn vriendin) noch heeft hij het voertuig op de betreffende plek gezet.
3. De onderhavige gedraging is een overtreding van het bepaalde in artikel 5:6, eerste lid onder a, van de APV van de gemeente Heerlen 2012, zoals die ten tijde van de gedraging gold.
4. Artikel 5:6 Caravans Pro e.d.
“1. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd:
a. langer dan op vijf achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;”
5. Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht – onder meer – het volgende in:
“Opgaven verbalisant
Merk van voertuig: Mercedes-Benz
Personalia conform: Identiteitskaart [nummer]
De betrokkene is van het mannelijk geslacht (…)
Verklaring betrokkene: heb ik niet gedaan.”
6. De ambtenaar die de onderhavige sanctie heeft opgelegd, heeft (desgevraagd) een aanvullend proces-verbaal opgemaakt (d.d. 6 februari 2019). Hierin verklaart hij – voor zover hier relevant – op ambtsbelofte het volgende:
“Op dinsdag 11 december 2018, omstreeks 09:33 uur, bevond ik mij, samen met collega [B] , in uniform gekleed op de openbare weg Onder Krijtstraat, gelegen binnen de bebouwde kom in Zeswegen binnen de gemeente Heerlen.
Hier zag ik een voor mij bekende camper geparkeerd staan. Dit vervoersmiddel heb ik 11 aaneengesloten dagen op dezelfde plek geparkeerd zien staan. Dit heb ik middels foto’s ook vastgelegd dat deze camper niet van de plaats gekomen is. De eigenaar/bestuurder is in het verleden (ongeveer 1 jaar geleden) door collega BOA [C] en mij (een half jaar geleden) al eerder aangesproken en gewaarschuwd dat de camper niet 5 dagen aaneengesloten op de openbare weg geparkeerd mag staan. Betrokkene [de betrokkene] heeft in de gesprekken aangegeven dat hij hier mee rijdt, derhalve ben ik er vanuit gegaan dat hij de eigenaar/bestuurder is. Bij mijn eerste kennismaking/gesprek met betrokkene [de betrokkene] was mijn eerste vraag ook of de camper achterom van hem was, dit werd toen mondeling bevestigd.
Op dinsdag 11 december (het hof begrijpt: 11 december 2018) heb ik betrokkene [de betrokkene] staande gehouden voor het feit dat zijn camper langer dan de vastgestelde termijn op de openbare weg geparkeerd staat.(…)”
7. Bij voormeld proces-verbaal is een drietal foto’s gevoegd. Middels een aantekening op die foto’s is te zien dat deze op drie verschillende momenten zijn gemaakt, namelijk op
30 november 2018 om 10:28 uur, op 3 december 2018 om 13:07 uur en op 11 december 2018 om 09:27 uur. Op de foto’s is het linker voorwiel van een voertuig te zien, blijkens de wieldop een Mercedes Benz. Gelet op de stand van het wiel en een daarop zichtbare witte streep, lijkt het erop dat het wiel op alle drie de foto’s in dezelfde stand en op dezelfde plek staat.
8. Het verweer van de betrokkene dat geen sanctie kon worden opgelegd voor overtreding van het betreffende artikel in de APV van de gemeente Heerlen, omdat het voertuig alleen voor verkeersdoeleinden wordt gebezigd, treft geen doel. Voormelde bepaling van de APV ziet onder andere op kampeerwagens. De zinsnede ‘dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd’ ziet op een ‘ander dergelijk voertuig’ en heeft geen betrekking op de soorten voertuigen – waaronder een kampeerwagen – in de opsomming die daaraan vooraf gaat. Dat de kampeerwagen in de onderhavige zaak niet voor recreatiedoeleinden werd gebezigd, is aldus niet relevant.
9. Het hof stelt voorts op basis van de informatie in het dossier vast dat de betrokkene niet de kentekenhouder/eigenaar van het voertuig is. Eerder in de procedure is een kentekenbewijs overgelegd waaruit volgt dat het kenteken op naam staat van [D] (geboren [in] 1952 en wonende te [a-straat 1] in [E] ). Het hof overweegt in dit kader dat bij voormelde bepaling van de APV verboden wordt om een kampeerwagen langer dan vijf achtereenvolgende dagen op de weg
te plaatsendan wel op de weg
te hebben. Uit de formulering hiervan kan worden afgeleid dat met deze bepaling zowel de bestuurder van het voertuig (‘op de weg te plaatsen’) als de eigenaar (‘op de weg te hebben’) kan worden aangesproken voor overtreding daarvan. Dat de betrokkene niet de eigenaar van het voertuig is, is derhalve niet relevant.
10. Nu vaststaat dat de betrokkene niet de eigenaar van het voertuig is, ziet het hof zich thans voor de vraag gesteld of op basis van de zich in het dossier bevindende informatie kan worden vastgesteld dat de betrokkene als bestuurder de onderhavige gedraging heeft verricht. Hiervoor moet vast komen te staan dat de betrokkene omstreeks het onder 1. vermelde moment het voertuig op de betreffende plek heeft neergezet (en het daar vervolgens langer dan vijf achtereenvolgende dagen heeft laten staan).
11. Het hof is van oordeel dat deze conclusie niet kan worden getrokken op basis van de zich thans in het dossier bevindende informatie. Reeds bij de staandehouding heeft de betrokkene ontkend het voertuig daar te hebben neergezet en ook in de procedure bij de kantonrechter is door de betrokkene aangevoerd dat hij niet de bestuurder was. Weliswaar heeft de betrokkene in laatstgenoemde procedure wel benoemd dat hij en zijn partner al maanden bezig zijn om de camper om de vijf dagen te verplaatsen, maar dat de betrokkene dit ook heeft gedaan omstreeks het onder 1. vermelde moment kan niet worden vastgesteld op grond van de informatie in het dossier. Het hof zal hieraan de gevolgtrekking verbinden dat de inleidende beschikking geen stand kan houden en zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Lageveen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.