ECLI:NL:GHARL:2021:3437

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
9 april 2021
Zaaknummer
001321-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 529 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vergoeding kosten rechtsbijstand in strafzaak zonder oplegging straf

Appellant heeft in een strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel kosten gemaakt voor rechtsbijstand en de indiening van een verzoekschrift tot vergoeding daarvan. De rechtbank kende een lagere vergoeding toe dan gevorderd en beperkte de vergoeding onder meer vanwege reistijd van de advocaat.

Het hof stelde vast dat de rechtbank het verzoek niet in openbare raadkamer heeft behandeld, wat een schending van procedurele voorschriften inhoudt. Bij behandeling in openbare raadkamer oordeelde het hof dat de kosten van rechtsbijstand niet onredelijk hoog zijn en dat de keuzevrijheid van de advocaat ook de reistijdkosten dekt.

Het hof wees het standpunt van de advocaat-generaal af dat telefonisch overleg de reistijdkosten zou kunnen beperken. De kosten voor rechtsbijstand en de indiening en behandeling van het verzoekschrift werden volledig toegewezen, met een billijke vergoeding voor de indieningskosten.

De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het volledige gevorderde bedrag van €12.622,66 werd toegekend. Het hof beval uitbetaling van dit bedrag ten laste van de Staat.

Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van €12.622,66 toe voor kosten rechtsbijstand en verzoekschrift.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
AV-nummer: 1321-20
Parketnummer eerste aanleg: 18-055220-19
Uitspraak d.d.: 31 maart 2021
Beschikking van de meervoudige raadkamer op het hoger beroep tegen de niet gedateerde beschikking van de rechtbank Noord Nederland, zittingsplaats Assen, verzonden op 2 oktober 2020, op het verzoek ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,
wonende te [woonplaats] ,
voor deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. S.T. van Berge Henegouwen, [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen appellant.
Procesgang
Bij een op 30 december 2019 door de rechtbank ontvangen verzoekschrift heeft appellant gevraagd om vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten van rechtsbijstand van
€ 11.792,66 in een strafzaak tegen verzoeker, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven en om een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.
De rechtbank heeft bij voormelde beschikking verzoeker een vergoeding toegekend van
€ 9181,17, waarvan € 8.901,17 betrekking heeft op de kosten van rechtsbijstand.
Door of namens appellant is hoger beroep tegen die beschikking ingesteld.
Het hoger beroep is door het hof in raadkamer op 17 maart 2021 in het openbaar behandeld, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en namens appellant mr. Van Berge Henegouwen, voornoemd.
De beschikking van de rechtbank
Het op 30 december 2020 bij de rechtbank ingekomen verzoekschrift diende op grond van de artikelen 530, vierde lid, Sv juncto artikel 529, derde lid Sv te worden behandeld in openbare raadkamer. Uit de bestreden beschikking van de rechtbank blijkt niet dat het verzoek behandeld is in openbare raadkamer. Ook anderszins blijkt niet uit het dossier dat het verzoek in openbare raadkamer is behandeld. Gelet hierop stelt het hof vast dat de rechtbank op het verzoek heeft beslist zonder de voorgeschreven behandeling in openbare raadkamer. Dat brengt mee dat de artikelen 530, vierde lid, Sv juncto artikel 529, derde lid Sv zijn geschonden. Het hof zal de beschikking van de rechtbank reeds daarom vernietigen.
Beoordeling van het verzoek
Uit het onderzoek in openbare raadkamer is -voor zover hier van belang- het navolgende gebleken:
- Bij onherroepelijk vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord Nederland, zittingsplaats Assen, van 13 december 2019, parketnummer 18-055220-19, is de strafzaak tegen appellant geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.
- Appellant heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat hij ten gevolge van de strafzaak kosten heeft gemaakt, te weten: € 11.792,66 voor rechtsbijstand, en voorts dat hij kosten heeft gemaakt voor de indiening van onderhavig verzoekschrift.
Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat de door appellant gestelde kosten van de rechtsbijstand niet onredelijk hoog zijn. Voor een beperking van de vergoeding voor de reistijd van de advocaat om reden dat verzoeker een advocaat had kunnen zoeken die dichterbij de rechtbank waar de zaak is behandeld is gevestigd, zoals de rechtbank heeft gedaan, bestaat geen aanleiding. Verzoeker is vrij in de keuze van een advocaat. Het hof kan ook de advocaat-generaal niet volgen in zijn standpunt dat minder reistijd van de advocaat voor vergoeding in aanmerking komt om reden dat de advocaat ook telefonisch had kunnen overleggen met verzoeker toen deze gedetineerd was. Het is aan de advocaat om te bepalen op welke wijze hij rechtsbijstand verleent. Dit uitgangspunt brengt mee dat de daarmee gemoeide kosten in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen. Dat is slechts anders indien moet worden geoordeeld dat kosten zijn gemaakt die redelijkerwijs niet noodzakelijk zijn geweest. Daarvan is hier geen sprake. De kosten voor rechtsbijstand zullen worden toegewezen zoals verzocht.
De kosten van indiening en behandeling van het verzoekschrift zullen worden toegewezen overeenkomstig de ter zake geldende uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 280,- voor de indiening van het verzoekschrift in eerste aanleg en € 550,- voor de indiening en behandeling in hoger beroep. De in de nieuwe uitgangspunten genoemde hogere bedragen gelden eerst voor verzoekschriften die na 1 maart 2021 zijn ingediend.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig om aan verzoeker de navolgende vergoeding toe te kennen:
- kosten rechtsbijstand € 11.792,66
- kosten indienen verzoek rechtbank € 280,00
- kosten indienen en behandeling verzoek hof
€ 550,00 +
totaal € 12.622,66.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep;
Kent aan verzoeker [betrokkene] toe een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van
€ 12.622,66 (twaalfduizend zeshonderdtweeëntwintig euro en zesenzestig cent).
Wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van Stichting Derdengelden Van Berge Henegouwen, onder vermelding van ‘ [betrokkene] ’.
Aldus gegeven door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. G.A. Versteeg, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.P.G.A. Arntz, griffier,
door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 31 maart 2021 ter openbare zitting uitgesproken.