Uitspraak
[betrokkene] ,
€ 550,00 +
€ 4.611,49 (vierduizend zeshonderdelf euro en negenenveertig cent).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een verzoek ingediend tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten betreffen onder meer de kosten van zijn raadsman en reiskosten, alsmede de kosten voor de indiening en behandeling van het verzoek zelf.
Het hof heeft het verzoek behandeld in raadkamer op 17 maart 2021, waarbij de advocaat-generaal en de raadsman van verzoeker zijn gehoord. Hoewel de advocaat-generaal vooraf schriftelijk instemde met het verzoek, acht het hof het billijk om ook de kosten van de behandeling van het verzoek in raadkamer te vergoeden, omdat de raadsman ter zitting is verschenen om het verzoek toe te lichten en het hof niet gebonden is aan het standpunt van de advocaat-generaal.
Het hof besluit daarom een vergoeding van €4.611,49 toe te kennen, bestaande uit de kosten van de raadsman, reiskosten en de kosten van indiening en behandeling van het verzoek. De griffier wordt bevolen het bedrag over te maken op de rekening van de stichting beheer derdengelden van de raadsman.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een volledige proceskostenvergoeding van €4.611,49 toegekend.