Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010, bij haar vader. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. De kinderrechter had eerder de machtiging verleend en verlengd tot 11 juni 2020. De moeder ging in hoger beroep tegen de verlenging voor twaalf maanden.
Tijdens de procedure heeft het hof het diagnostisch onderzoek betrokken waaruit bleek dat de minderjarige een onveilige gehechtheidsontwikkeling heeft en negatieve ervaringen heeft opgedaan die haar persoonlijkheidsontwikkeling beïnvloeden. De plaatsing bij de vader biedt haar rust en stabiliteit. De moeder heeft begeleid contact en wil toewerken naar co-ouderschap, maar de zorgen over haar opvoedingsvaardigheden zijn niet voldoende weggenomen.
Het hof overweegt dat het belang van de minderjarige voorop staat en dat de thuissituatie bij de moeder nog niet stabiel genoeg is om de uithuisplaatsing te beëindigen. Daarom wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 11 juni 2021. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij haar vader tot 11 juni 2021 is bekrachtigd.