De betrokkene is gesanctioneerd met een boete van €95 wegens het afslaan zonder richting aan te geven op 5 juli 2019 te Leeuwarden. Hij stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde.
De betrokkene voerde aan dat de bekeuring mogelijk terecht was, maar maakte bezwaar tegen de wijze waarop de agent hem bij de staandehouding had bejegend, waaronder een opmerking over zijn dure auto. Hij stelde dat dit geen reden mocht zijn voor de sanctie en uitte twijfels over de effectiviteit van klachtenprocedures tegen agenten.
Het hof oordeelde dat de gegevens in het dossier voldoende zijn om de gedraging vast te stellen en dat er geen aanwijzingen zijn die aan de juistheid van deze gegevens twijfelen. Klachten over de bejegening van de agent kunnen niet worden meegenomen in de beoordeling van de sanctie.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond. De sanctie blijft gehandhaafd.