ECLI:NL:GHARL:2021:3133

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 maart 2021
Publicatiedatum
31 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.278.509/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor afslaan zonder richting aangeven ondanks klacht over bejegening agent

De betrokkene is gesanctioneerd met een boete van €95 wegens het afslaan zonder richting aan te geven op 5 juli 2019 te Leeuwarden. Hij stelde beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep ongegrond verklaarde.

De betrokkene voerde aan dat de bekeuring mogelijk terecht was, maar maakte bezwaar tegen de wijze waarop de agent hem bij de staandehouding had bejegend, waaronder een opmerking over zijn dure auto. Hij stelde dat dit geen reden mocht zijn voor de sanctie en uitte twijfels over de effectiviteit van klachtenprocedures tegen agenten.

Het hof oordeelde dat de gegevens in het dossier voldoende zijn om de gedraging vast te stellen en dat er geen aanwijzingen zijn die aan de juistheid van deze gegevens twijfelen. Klachten over de bejegening van de agent kunnen niet worden meegenomen in de beoordeling van de sanctie.

Daarom bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond. De sanctie blijft gehandhaafd.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €95 voor afslaan zonder richting aangeven en wijst het beroep af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.278.509/01
CJIB-nummer
: 226959074
Uitspraak d.d.
: 31 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Nederland van 10 februari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 17 maart 2021. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “afslaan zonder richting aan te geven”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 juli 2019 om 22.40 uur op de Plutoweg in Leeuwarden met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene voert aan dat de sanctie mogelijk wel terecht was, maar dat hij vooral bezwaar heeft tegen de manier waarop hij bij de staandehouding is bejegend door de agent. De kans dat hij zonder richting aan te geven is afgeslagen is erg klein, omdat hij altijd zijn knipperlichten gebruikt en zich ergert aan andere weggebruikers die dat niet doen. De agent heeft ook aangegeven dat het maar één keer was, terwijl ze langere tijd achter hem hadden gereden. De agent gaf toch een bekeuring, en gaf daarvoor als reden dat hij de bekeuring wel kon betalen als hij ook zo’n dure auto kon betalen. Dit vindt de betrokkene niet terecht. Mogelijk was de bekeuring wel terecht, maar daar mag zijn auto niks mee te maken hebben. Dat de kantonrechter dan zegt dat de betrokkene bij een agent een klacht kan indienen over een agent, klinkt een beetje onlogisch. In de meeste gevallen wordt er niets mee gedaan.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast volgt daar – kort samengevat – uit dat de ambtenaar zag dat de betrokkene met zijn voertuig linksaf sloeg zonder richting aan te geven.
5. Gelet op het verweer van de betrokkene en in aanmerking genomen dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat de gegevens in het dossier niet juist zijn, ziet het hof geen reden om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.
6. Het hof zal vervolgens beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten.
7. Naar oordeel van het hof zijn die er niet. In deze procedure wordt enkel de vraag beantwoord of de gedraging is verricht, daarvoor terecht een sanctie is opgelegd en of er nog andere redenen zijn de sanctie te matigen of achterwege te laten. Een klacht over hoe de agent met de betrokkene is omgegaan bij de staandehouding kan het hof daarom, wat hier ook van zij, niet beoordelen. Dit kan dus ook geen reden zijn om de inleidende beschikking te vernietigen.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.