De betrokkene kreeg een boete van €230 opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 2 november 2018 op de Rijksweg A58 te Etten-Leur. De betrokkene voerde aan dat de telefoon niet werd vastgehouden maar in een houder zat en dat de ambtenaar zich vergist had. Ook werd aangevoerd dat er geen ambtsedig proces-verbaal was en dat ten onrechte geen staandehouding had plaatsgevonden.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar de gedraging goed kon waarnemen omdat het voertuig langzaam reed en de ambtenaar dicht bij het voertuig stond. Hoewel de ambtenaar feitelijk mogelijk wel kon staande houden, was er geen reële mogelijkheid vanwege de hulpverlening bij een ernstig ongeval. Het hof stelde dat in zulke omstandigheden van een ambtenaar niet kan worden verlangd dat hij de hulpverlening onderbreekt voor staandehoudingen.
De sanctie mocht daarom terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd zonder staandehouding. De toestemming van de officier van justitie voor bekeuring op kenteken deed hieraan niet af. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.