Belanghebbende is mede-eigenaar van een woning met aanhorigheden op een rijksmonument en NSW-landgoed. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2015 aanvankelijk vast op €270.000, na bezwaar verlaagd tot €228.000, maar trok deze uitspraak in en deed opnieuw uitspraak met een waarde van €202.000. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond.
In hoger beroep stelt belanghebbende dat de waardevermindering wegens instandhoudingseis op het gehele landgoed moet worden toegepast en dat de ondergrond van het gebouwde vrijgesteld is. Tevens betwist zij de grondwaardestaffel en het onvoldoende rekening houden met afnemend grensnut. Het hof oordeelt dat de tweede uitspraak op bezwaar niet mogelijk was en vernietigt deze samen met de uitspraak van de rechtbank en de eerste uitspraak op bezwaar.
Het hof bevestigt dat de ondergrond deel uitmaakt van het gebouwde eigendom en dat de instandhoudingslast alleen op het gebouwde deel van toepassing is. De gehanteerde grondwaarde van €180 per m² is aannemelijk gemaakt. De voorgestelde waarde van €202.000 is niet te hoog en houdt rekening met afnemend grensnut. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag in de OZB wordt dienovereenkomstig verminderd.