De terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde loopt sinds 2003 en is inmiddels meer dan 17 jaar van kracht. Gedurende deze periode heeft de terbeschikkinggestelde zich driemaal onttrokken aan het toezicht tijdens verloven, wat het recidiverisico verhoogt. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege daarom onverantwoord, mede omdat er geen zicht is op overplaatsing naar een passende vervolgvoorziening.
De terbeschikkinggestelde heeft een psychiatrische stoornis en een verstandelijke beperking, en vertoont voorbeeldig gedrag binnen de kliniek. Desondanks is het risico op herhaling bij beëindiging van de maatregel matig tot hoog. De terbeschikkinggestelde verlangt naar een eigen appartement in een besloten setting, wat mogelijk zijn welzijn zou verbeteren.
De rechtbank had het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging afgewezen en de terbeschikkingstelling verlengd met twee jaar. Het hof bevestigt deze beslissing, omdat de behandeling naar verwachting langer zal duren dan een verlenging van één jaar. Een zorgconferentie is gepland om een vervolgtraject te bespreken, maar dit plan zal niet tijdig klaar zijn voor de volgende verlengingszitting.
Het hof benadrukt het belang van de zorgconferentie en het uitwerken van een vervolgplan om de behandeling te verbeteren. Tot die tijd blijft de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar noodzakelijk om de maatschappij te beschermen en de behandeling voort te zetten.