Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van haar twee minderjarige kinderen heeft verlengd. De kinderen zijn sinds juli 2019 uit huis geplaatst vanwege onveilige thuissituaties veroorzaakt door relatieproblemen, financiële problemen en persoonlijke problematiek van de ouders.
De kinderrechter had de machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen verlengd tot 26 september 2021, waarbij voor een van de kinderen een nieuwe machtiging voor een gezinshuis was verleend vanaf januari 2021. Het hof beoordeelde dat deze nieuwe machtiging de eerdere geheel vervangt voor die periode, maar toetste de rechtmatigheid van de eerdere machtiging en die van de andere minderjarige voor de gehele verlengingsperiode.
Het hof oordeelde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn. De moeder heeft vooruitgang geboekt, maar het is nog te vroeg om terugplaatsing te overwegen vanwege onvoldoende zicht op de pedagogische mogelijkheden en stabiliteit. Voor de jongste minderjarige is professionele zorg in een gezinshuis noodzakelijk vanwege complexe problematiek. Het verzoek van de moeder voor een aanvullend NIFP-onderzoek werd afgewezen als prematuur.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van beide minderjarige kinderen en wijst het verzoek van de moeder tot intrekking en aanvullend onderzoek af.