ECLI:NL:GHARL:2021:2575

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 maart 2021
Publicatiedatum
17 maart 2021
Zaaknummer
Wahv 200.255.197
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2.27 Regeling voertuigenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met beschadigde banden volgens Regeling voertuigen

De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd van €210 wegens het rijden met twee beschadigde of versleten banden, waarbij het karkas zichtbaar was, in strijd met artikel 5.2.27 van de Regeling voertuigen. De betrokkene stelde dat de ambtenaar onvoldoende had vastgesteld dat de banden aan deze criteria voldeden, maar het hof oordeelde dat de aanvullende verklaring van de ambtenaar en de overgelegde foto's voldoende bewijs vormden.

Het hof benadrukte dat artikel 5.2.27 RV een bredere strekking heeft dan alleen zichtbare beschadigingen of uitstulpingen, en dat het zichtbare karkas op de banden voldoende was om de overtreding vast te stellen. Hoewel ook het profiel onvoldoende was, werd de feitcode N270F gehandhaafd omdat de ambtenaar die had opgelegd.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene gegrond verklaard en de sanctie vernietigd, maar het hof herstelde deze beslissing en bevestigde de sanctie. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie voor het rijden met twee beschadigde banden waarbij het karkas zichtbaar is en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.255.197/01
CJIB-nummer
: 214673937
Uitspraak d.d.
: 17 maart 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 januari 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 250,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 210,- voor: “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl 2 banden beschadigd of versleten zijn (feitcode: N270F)” Deze gedraging zou zijn verricht op 18 februari 2018 om 01:01 uur op de Veerstal in Gouda met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat met de verklaringen van de ambtenaar niet is komen vast te staan dat is gehandeld in strijd met artikel 5.2.27 van de Regeling voertuigen (RV). Daarin is immers uitdrukkelijk bepaald dat de banden geen beschadigingen mogen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is en dat de banden geen uitstulpingen mogen vertonen. Hierover heeft de ambtenaar niets verklaard, zodat ten onrechte een sanctie is opgelegd.
3. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: Twee banden helemaal afgesleten tot onder de indicatoren.
Overtreden artikel: 5.2.27 RV
(…)
Verklaring betrokkene: ik ga ze maandag vervangen.”
4. In een aanvullend proces-verbaal van 1 mei 2018 verklaart de ambtenaar als volgt:
“Tijdens de staandehouding zag ik dat de twee voorbanden van genoemde personenauto geen profiel meer vertoonde en dat het binnenwerk op een aantal plaatsen zichtbaar was.”
5. De advocaat-generaal wijst er terecht op dat artikel 5.2.27 van de RV een ruimere strekking heeft dan een verbod op beschadigingen waarbij het karkas zichtbaar is of dat banden uitstulpingen vertonen. Artikel 5.2.27 van de RV houdt onder meer het volgende in:
1. De wielen van personenauto’s moeten zijn voorzien van luchtbanden.
2. De banden mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is.
3. De banden mogen geen uitstulpingen vertonen.
4. De profilering van de hoofdgroeven van de banden moet over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 mm bedragen, met uitzondering van slijtage-indicatoren.
De advocaat-generaal heeft verder een tweetal foto’s in kleur overgelegd, waarop volgens hem duidelijk is te zien dat het karkas van de banden - de stabiliseringslaag van een band - op enkele plaatsen zichtbaar is.
6. Het hof stelt vast dat de volgens het Feitenboekje van 2018 bij feitcode N270F behorende gedraging luidt:
“De banden mogen niet beschadigd zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de banden uitstulpingen vertonen.”
7. Het hof is van oordeel dat op basis van de aanvullende verklaring van de ambtenaar, in combinatie met de door de advocaat-generaal overgelegde foto’s, genoegzaam is komen vast te staan dat het karkas - dan wel het binnenwerk - van de banden op enkele plaatsen zichtbaar is. Anders dan de gemachtigde meent, is dit voldoende om vast te stellen dat de bij de feitcode behorende gedraging is verricht. Dat niet wordt gesproken over uitstulpingen doet aan het voorgaande niet af. De gedraging behelst immers het zichtbaar zijn van het karkas
ofuitstulpingen van of aan de banden. Aldus kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
8. Uit de verklaringen van de ambtenaar en de foto’s volgt dat ook het profiel van de banden onvoldoende is geweest, zodat ook een sanctie opgelegd had kunnen worden voor feitcode N270S, die ziet op overtreding van het onder 5. vermelde vierde lid van artikel 5.2.27 van de RV. De ambtenaar heeft er echter voor gekozen om voor feitcode N270F te schrijven en de daarbij behorende gedraging is, zoals onder 7. overwogen, komen vast te staan. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om tot wijziging van de feitcode over te gaan en zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
9. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.