Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland waarbij de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige werd verlengd. De moeder betwistte de noodzaak van de uithuisplaatsing, mede omdat de stiefvader, die de oorzaak was van de eerste uithuisplaatsing, inmiddels is overleden. Zij stelde dat de motivering van de kinderrechter onvoldoende was en dat de gecertificeerde instelling (GI) niet over de deskundigheid beschikte om de ontwikkelingsachterstand vast te stellen.
De GI voerde aan dat het psychodiagnostisch onderzoek inmiddels was afgerond en dat uit het rapport blijkt dat uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege een forse ontwikkelingsachterstand die intensieve begeleiding vereist. Het hof oordeelde dat het verzoek tot nader onderzoek onvoldoende was gespecificeerd en dat op basis van de stukken en mondelinge behandeling voldoende informatie beschikbaar was om te beslissen.
Het hof bevestigde dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat het onderzoek naar de opvoedingsvaardigheden van de moeder nog nodig is, ondanks het overlijden van de stiefvader. De moeder heeft een ondersteunend netwerk, maar heeft dit niet concreet onderbouwd. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en compenseerde de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 28 mei 2021.