Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het verweerschrift van de vader met producties.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die de gecertificeerde instelling machtigde om twee minderjarige kinderen uit huis te plaatsen bij hun vader. De moeder had hiertegen drie grieven ingediend en verzocht om vernietiging van de beschikking of verkorting van de uithuisplaatsing.
De kinderen waren sinds april 2020 onder toezicht gesteld vanwege ernstige zorgen over hun veiligheid en ontwikkeling. Deze zorgen betroffen onder meer huiselijk geweld, pedagogische verwaarlozing, schoolverzuim en een stressvolle thuissituatie bij de moeder. Ondanks pogingen tot vrijwillige hulpverlening was er onvoldoende verbetering en medewerking van de moeder.
Hoewel er recent positieve ontwikkelingen zijn in de samenwerking tussen de moeder en de gecertificeerde instelling, acht het hof deze nog onvoldoende om de machtiging tot uithuisplaatsing te beëindigen. Ook is de noodzakelijke hulpverlening bij de vader inmiddels opgestart. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen bij de vader en wijst het hoger beroep van de moeder af.