ECLI:NL:GHARL:2021:1887
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM in vordering ontneming na vrijspraak verdachte
In deze economische strafzaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. De betrokkene was eerder vrijgesproken van het tenlastegelegde, waardoor het openbaar ministerie zijn vordering tot ontneming niet ontvankelijk kon worden verklaard.
Het hoger beroep betrof de beslissing van de economische kamer van de rechtbank Noord-Nederland. Het hof heeft de zaak inhoudelijk onderzocht tijdens meerdere terechtzittingen in december 2020, januari en februari 2021. De advocaat-generaal vorderde een bedrag van €1.021.652,- als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De verdediging heeft zich hiertegen verzet. Het hof heeft uiteindelijk de eerdere beslissing vernietigd en het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming, vanwege de vrijspraak van verdachte in het hoofdproces.
Deze uitspraak bevestigt dat een ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen als de verdachte in de strafzaak is vrijgesproken, waardoor het openbaar ministerie geen grond heeft voor de vordering.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.