ECLI:NL:GHARL:2021:1885
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in ontnemingsvordering na vrijspraak verdachte
In deze economische strafzaak stond de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. Het openbaar ministerie vorderde een bedrag van € 2.823.066,- van de betrokkene, gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het hoger beroep werd behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden na meerdere zittingen in december 2020 en januari en februari 2021.
De betrokkene was eerder door hetzelfde hof vrijgesproken van het tenlastegelegde strafbare feit. Gezien deze vrijspraak kan het openbaar ministerie niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof vernietigde daarom de eerdere beslissing van de rechtbank en deed opnieuw recht.
De uitspraak werd gedaan door de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij het openbaar ministerie niet-ontvankelijk werd verklaard in haar vordering. Dit betekent dat de ontnemingsvordering niet kan worden toegewezen zolang de strafrechtelijke veroordeling ontbreekt.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel vanwege de vrijspraak van verdachte.