Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
22 januari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
2008.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen en hebben een geschil over de hoogte van de kinderalimentatie en de draagkracht van beide ouders. De vrouw vordert een hogere bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen dan door de rechtbank was vastgesteld.
Het hof constateert dat de financiële situatie van beide partijen onzeker is vanwege de coronacrisis, met name omdat de man een beroep doet op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Omdat partijen onvoldoende inzicht hebben gegeven in hun omzet, winst en verlies over 2020 en een prognose voor 2021, geeft het hof hen vier weken de tijd om aanvullende financiële stukken in te dienen.
Hoewel partijen aanvankelijk schriftelijke afdoening kozen, acht het hof een mondelinge behandeling wenselijk om nadere toelichting te verkrijgen en te onderzoeken of een schikking mogelijk is. Het hof betreurt de lange termijn voor het uitbrengen van de uitspraak en stelt de voortzetting van de procedure op korte termijn in het vooruitzicht.
Uitkomst: Het hof geeft partijen vier weken de tijd om aanvullende financiële stukken in te dienen en bepaalt dat de zaak mondeling zal worden voortgezet.