Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
in eerste aanleg: eiser,
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Waar gaat het in deze zaak om?
2.2 In de nacht van 1 op 2 april 2016 heeft [geïntimeerde] geprobeerd in te breken in het bedrijfspand van [appellant] . Bij deze inbraak is schade ontstaanIn een vonnis van 23 maart 2017 van de politierechter te Groningen is [geïntimeerde] veroordeeld tot 40 uur dienstverlening voor vernieling, het subsidiair tenlastegelegde.
[appellant] had zich gevoegd als benadeelde partij. Van zijn vordering van € 8.396,89 heeft de politierechter € 2.939,81 toegewezen. [appellant] is voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaard. Het vonnis van de politierechter is definitief geworden.
Deze beslissing wordt hierna toegelicht.
3.Bespreking van de geschilpunten tussen partijen
Het staat niet ter discussie dat [geïntimeerde] aansprakelijk is voor de schade van [appellant]
Ook wanneer hij, zoals hij stelt, onder invloed van een psychose heeft gehandeld, staat dat gelet op het bepaalde in artikel 6:165 lid 1 BW niet in de weg aan toerekening aan [geïntimeerde] van de als onrechtmatige daad te kwalificeren beschadiging van de eigendommen van [appellant] .
Zijn de tweede camera en de recorder ook beschadigd door [geïntimeerde] ?
‘
Eenmaal aangekomen was de politie aanwezig en werd ik bijgepraat over de situatie. De dader was op heterdaad betrapt door de medewerkers van Taxi Oost en was meegenomen door de politie. Samen met de medewerkers en de politieagenten hebben we gekeken naar de schade, veroorzaakt door de dader. Het raam van de deur bij de ingang was gebroken en aan de camera’s bij de ingang was zichtbare schade. Ik heb toen ter plekke aangifte gedaan tegen de dader en heb ik de zichtbare schade meegenomen in mijn aangifte. De politieagent heeft mij toen gevraagd of ik de camerabeelden wilde sturen, maar ik had geen toegang tot het afgesloten kantoor omdat ik de sleutel niet had. We zijn vervolgens om het kantoor gelopen om te kijken of er nog meer schade was veroorzaakt, maar het was te donker om dit goed te zien. De politieagent heeft mij daarom gevraagd om de aangifte aan te vullen als er gebleken was dat er nog meer schade was veroorzaakt.In de ochtend heb ik opnieuw gekeken bij het kantoor en heb ik geconstateerd dat de camera aan de achterzijde van het kantoor ook was beschadigd. Tevens is er een poging gedaan om via de zijkant van het kantoor naar binnen te dringen. Er waren voetafdrukken zichtbaar op de deur en bloed aan de deurklink. Dit heb ik vervolgens telefonisch gemeld aan
De verklaring is gedetailleerd en geeft een overtuigende toelichting op het feit dat in de eerste aangifte melding wordt gemaakt van één beschadigde camera, maar er toch twee camera’s waren beschadigd, waaronder één aan de achterzijde. De verklaring sluit ook aan bij de besproken en nog te bespreken informatie. Dat maakt de verklaring veel geloofwaardiger dan wanneer de inhoud ervan haaks zou staan op andere informatie. Dat bij de verklaring geen ID-bewijs is gevoegd, is onvoldoende om eraan te twijfelen dat de verklaring ook daadwerkelijk van [B] afkomstig is. De verklaring is, naar blijkt uit de adressering, via de advocaat van [appellant] tot stand gekomen en daarin is al een belangrijke waarborg gelegen dat de verklaring niet door een ander is opgesteld. Bovendien vertoont de handtekening onder de verklaring sterke gelijkenis met de handtekening van [B] onder het proces-verbaal van politie.
Allereerst blijkt uit een offerte van BCN van 7 april 2016 dat BCN enkele dagen na het incident twee buitencamera’s aan [appellant] heeft geoffreerd. Dat sluit aan bij de stelling van [appellant] dat [geïntimeerde] twee buitencamera’s heeft beschadigd.
Ook in een in opdracht van de opstalverzekeraar van [appellant] opgesteld onderzoeksrapport van de heer [C] wordt melding gemaakt van de beschadiging van (onder meer)
‘
Het is meer dan aannemelijk dat door de vernieling van de camera's op 2 april 2016 de NVR recorder mogelijke kortsluiting heeft gehad. Dit omdat zowel de camera's als de NVR recorder op de zelfde spanningsgroep in de meterkast zijn aangesloten. Uit onderzoek van de NVR recorder is gebleken dat er inderdaad beschadigingen zijn ontstaan aan de NVR recorder wat te verwijten is aan de vernieling van de camera's door piekspanning/kortsluiting.Het is niet aan te bevelen om de NVR recorder te repareren, omdat een NVR recorder 100% te vertrouwen moet zijn en wij geen garantie kunnen geven hoelang een gerepareerde NVR recorder blijft werken.
Bovendien wijst [geïntimeerde] er terecht op dat tegenover eventueel gederfde omzet ook bespaarde kosten staan, zodat indien [appellant] al omzet heeft gemist, de daardoor geleden schade niet gelijk is aan de gemiste omzet. De vordering betreffende deze post is dan ook niet toewijsbaar.
3.De beslissingHet hof:vernietigt het vonnis van de kantonrechter te Groningen van 26 september 2008 tussen partijen gewezen,en doet opnieuw recht als volgt:veroordeelt [geïntimeerde] om aan [appellant] te betalen € 3.628,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 april 2016;veroordeelt [geïntimeerde] in de proceskosten en bepaalt deze kosten, voor zover tot nu toe aan de zijde van [appellant] gevallen:- voor de procedure bij de kantonrechter op € 306,51 aan verschotten en op
te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na de datum van dit arrest;
14 dagen na de datum van dit arrest aan de veroordeling is voldaan èn betekening heeft plaatsgevonden;
23 februari 2021 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer, in aanwezigheid van de griffier.