ECLI:NL:GHARL:2021:1673
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in erfrechtelijke zaak over tweetrapsmaking en legitieme portie
In deze zaak draait het om een erfrechtelijk geschil waarbij erflater zijn partner als bezwaarde erfgenaam heeft benoemd en zijn kinderen als verwachters onder ontbindende voorwaarde. De partner is inmiddels overleden, waarna de kinderen erfgenamen zijn geworden. De appellant, een van de kinderen, heeft een beroep gedaan op zijn legitieme portie en vordert betaling van het restant van deze legitieme portie van geïntimeerde, erfgenaam en vereffenaar van de nalatenschap van de overleden partner.
De rechtbank wees de vordering af, waarna appellant in hoger beroep ging. Het hof oordeelt dat de schuld van de legitieme portie een schuld is van de erfgenamen van erflater en niet van de erfgenamen van de partner. De tweetrapsmaking leidt ertoe dat met het overlijden van de partner de kinderen als verwachters erfgenaam zijn geworden en de partner geen erfgenaam meer is. Hierdoor is de vordering niet verhaalbaar op geïntimeerde in haar hoedanigheid van erfgenaam of vereffenaar van de partner.
Het hof wijst ook het beroep op de redelijkheid en billijkheid af, omdat appellant onvoldoende feiten heeft gesteld om de wettelijke regels opzij te zetten. Ook het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.