Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 18 oktober 2017, in de gemeente [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 18 oktober 2017, in de gemeente [gemeente] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 52,31 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bewijsoverwegingen
Ik was de bewoner van [adres1] in [plaats] tijdens de ten laste gelegde periode. Ik woonde daar alleen. De samenstelling van de cocaïne die ik in bezit had bestond uit poeder met harde brokjes. Ik word ook wel [naam1] of [naam2] genoemd.
Goednummer PL0100-2017276740-934353: 6 doorzichtige zakjes met daarin vermoedelijk cocaïneGoednummer PL0100-2017276740-934448: 6 ponypacks met daarin vermoedelijk cocaïne
Ik had tien gram cocaïne bij me. Ik ben ongeveer 10 minuten bij [naam1] geweest.
Aanvulling in hoger beroep
Bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde
Bewezenverklaring
hij op 18 oktober 2017, in de gemeente [gemeente] , opzettelijk heeft verkocht en/of verstrekt, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 18 oktober 2017, in de gemeente [gemeente] , opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 52,31 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
,pleegt te worden opgelegd en die zijn weerslag heeft gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), te weten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de duur van
101 (honderdéén) dagen.
30 (dertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.