ECLI:NL:GHARL:2021:1287
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet verlenen voorrang bij uitritconstructie op Bergse Linker Rottekade
De betrokkene werd beboet wegens het niet verlenen van voorrang aan een fietser bij het verlaten van een uitritconstructie op de Bergse Linker Rottekade te Rotterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
In hoger beroep stelde de gemachtigde van de betrokkene dat ter plaatse geen sprake was van een uitritconstructie, mede omdat het bestrate gedeelte en het fietspad even hoog liggen en er geen duidelijke afscheiding is. Het hof onderzocht de situatie aan de hand van foto’s en een proces-verbaal van bevindingen, waarin werd vastgesteld dat er sprake is van een uitritconstructie met schuin oplopende betonblokken en doorlopende bestrating.
Het hof oordeelde dat de uitmonding duidelijk als in- en uitrit kan worden aangemerkt en dat het verlaten van de Bergse Linker Rottekade via deze uitritconstructie plaatsvindt. Hierdoor moest de betrokkene voorrang verlenen aan het kruisende fietspad. Omdat de betrokkene dit niet heeft gedaan, is de overtreding bewezen. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter, zij het met verbetering van gronden, en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De boete voor het niet verlenen van voorrang bij het verlaten van een uitritconstructie wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.