ECLI:NL:GHARL:2021:1187

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
21-003360-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak van belediging wegens onvoldoende bewijs na beoordeling camerabeelden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het vonnis van de kinderrechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van belediging. De zaak betrof een incident op of omstreeks 24 april 2020 te Amersfoort waarbij verdachte werd beschuldigd van het beledigen van de benadeelde met grove scheldwoorden en het spugen in haar richting.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof de ter zitting getoonde camerabeelden beoordeeld. Deze beelden ondersteunen de verklaring van verdachte dat hij direct is weggelopen nadat de benadeelde haar fiets had neergezet en afstand heeft genomen van het incident. Hierdoor is niet komen vast te staan dat verdachte de beledigingen heeft geuit of heeft gespuugd richting de benadeelde.

De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte hebben beiden vrijspraak gevorderd en gepleit. Het hof heeft geoordeeld dat op basis van de wettige bewijsmiddelen, waaronder de camerabeelden, onvoldoende overtuiging bestaat dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Het hof heeft het vonnis van de kinderrechter vernietigd en opnieuw recht gedaan door verdachte vrij te spreken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar schadevordering.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van belediging wegens onvoldoende bewijs ondersteund door camerabeelden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003360-20
Uitspraak d.d.: 9 februari 2021
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 september 2020 met parketnummer 16-146099-20 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 16-290224-19, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 26 januari 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M. van Viegen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 24 april 2020 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [benadeelde] , in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door haar (onder meer) de woorden toe te voegen: "kankerpolitie" en/of "kankerwijf" en/of "kankerhoer" en/of door feitelijkheden heeft beledigd door naar, in elk geval in de richting van, voornoemde [benadeelde] te spugen, althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

De advocaat-generaal geeft gevorderd tot vrijspraak.
De raadsman van verdachte heeft gepleit voor vrijspraak.
Met de advocaat-generaal en de raadsman heeft het hof na het zien van de camerabeelden ter terechtzitting uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Uit de verklaringen van aangeefster en het proces-verbaal van bevindingen dat zij heeft opgemaakt blijkt dat aangeefster verdachte heeft herkend als de jongen die zij heeft geduwd toen hij scheldwoorden naar haar bleef roepen en in haar richting had gespuugd. Uit de camerabeelden blijkt dat verdachte niet het meest op deze jongen lijkt maar op de jongen die, zodra aangeefster haar fiets neerzet, meteen weg loopt en afstand neemt van het gebeuren. Dat biedt steun aan de verklaring van verdachte dat hij niet een van de jongens is geweest die naar aangeefster heeft gescholden of gespuugd en dat hij geen confrontatie met haar heeft gehad.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 150,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in haar vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. A. Smeeing-van Hees en mr. M.L. Plas, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. W.C.S. Huijbers, griffier,
en op 9 februari 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 9 februari 2021.
Tegenwoordig:
mr. D. Visser, voorzitter,
mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,
mr. R. Hermans, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.