ECLI:NL:GHARL:2021:11376

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 december 2021
Publicatiedatum
13 december 2021
Zaaknummer
Wahv 200.276.804/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 20 sub a RVV 1990
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van boete wegens snelheidsovertreding binnen bebouwde kom ondanks betwisting bebording

De betrokkene werd een boete van €304 opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 28 km/u binnen de bebouwde kom op 16 april 2019 te Eindhoven. De betrokkene stelde in hoger beroep dat de overtreding niet kon worden vastgesteld omdat niet was aangetoond dat de relevante bebording (bord H1) aanwezig was.

Het hof overwoog dat een ambtenaar die een snelheidsmeting uitvoert terwijl hij het voertuig volgt, mag worden geacht de aanwezigheid van de bebording te hebben vastgesteld. Dit uitgangspunt is gebaseerd op eerdere jurisprudentie. De beschikbare gegevens, waaronder het zaakoverzicht en het aanvullend proces-verbaal, bevestigen dat de overtreding binnen de bebouwde kom plaatsvond.

Daarmee is de overtreding voldoende vastgesteld en is het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. De beslissing van de kantonrechter wordt door het hof bevestigd.

Uitkomst: De boete voor snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.276.804/01
CJIB-nummer
: 224951064
Uitspraak d.d.
: 13 december 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 13 januari 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Breda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 304,- voor: “Overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 28 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 april 2019 om 19:14 uur op de Meerveldhovenseweg in Eindhoven met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de gedraging niet kan worden vastgesteld, nu uit het dossier niet blijkt dat de relevante bebording (bord H1, bebouwde kom) destijds aanwezig was. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof ECLI:NL:GHARL:2020:1803.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het dienstvoertuig, door bestuurder met een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen.
Afgelezen snelheid boordsnelheidsmeter: 90 km per uur.
Snelheid volgens kalibratietabel: 81 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid: 78 km per uur.
Toegestane snelheid: 50 km per uur.
Overschrijding met: 28 km per uur. (…)
Overtreden artikel: 20 sub a RVV 1990. (…)
De gedraging vond plaats binnen de bebouwde kom. (…)
Verklaring betrokkene: ik had haast.”
5. Het hof stelt vast dat de ambtenaar de snelheidsmeting heeft uitgevoerd terwijl hij het voertuig van de betrokkene volgde. Dit betekent dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd zelf ter plaatse was. In zo’n geval mag in het algemeen worden aangenomen dat de ambtenaar heeft vastgesteld dat de relevante bebording -in dit geval het bord H1- aanwezig en duidelijk zichtbaar is (vgl. het arrest van het hof van 28 februari 2020, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2020:1803). Dit uitgangspunt geldt ook in situaties als de onderhavige.
6. Blijkens de verklaring in het zaakoverzicht heeft de ambtenaar geconstateerd dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom. Het hof ziet daarvoor ook bevestiging in het aanvullend proces-verbaal van 20 augustus 2020. Dat dit in het onderhavige geval niet juist is, is gesteld noch gebleken. Aldus kan op grond van de beschikbare gegevens worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
7. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. De beslissing van de kantonrechter zal dan ook worden bevestigd.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.