Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn in geschil over de zorg- en verblijfsregeling van hun twee minderjarige kinderen, geboren in 2011 en 2013. Na een langdurige procedure met diverse voorlopige voorzieningen en een ondertoezichtstelling van de kinderen, heeft de rechtbank een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen om en om bij vader en moeder verblijven, met een verdeling van vakanties en feestdagen.
De vader is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking en verzoekt onder meer om het horen van het oudste kind, wijziging van de hoofdverblijfplaats van de jongste en aanpassing van de zorg- en vakantieregeling. Het hof overweegt dat het horen van het kind niet in haar belang is vanwege parentificatie en loyaliteitsproblemen en dat de huidige regeling een stabiele en positieve situatie biedt.
Het hof benadrukt het belang van duidelijkheid en voorspelbaarheid voor de kinderen en wijst de verzoeken van de vader af. De communicatie tussen ouders is verbeterd en de kinderen ervaren rust. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd, waarmee de huidige zorg- en verblijfsregeling gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader tot wijziging van de zorg- en verblijfsregeling af.