Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- bepaald dat de vrouw aan de man € 647,- per maand zal betalen voor zijn levensonderhoud vanaf de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- de verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen vastgesteld;
- deze beslissingen (met uitzondering van de uitgesproken echtscheiding) uitvoerbaar bij voorraad verklaard; en
- het meer of anders verzochte afgewezen.