ECLI:NL:GHARL:2021:10854
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- M.H.H.A. Moes
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- J.U.M. van der Werff
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor lijfsdwang ter inning van niet-betaalde kinderalimentatie
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een kind is geboren in 2003. De geïntimeerde erkende het kind niet en betaalde vanaf mei 2007 geen kinderalimentatie meer, ondanks een beschikking uit 2004 die hem verplichtte €350 per maand te betalen. De appellant woont met het kind sinds 2005 in Israël en heeft de kosten van verzorging en opvoeding volledig voorgeschoten sinds 2007.
De voorzieningenrechter wees in eerste aanleg de vordering tot het toepassen van lijfsdwang af. In hoger beroep oordeelt het hof dat appellant ondanks het lange tijd stilzitten een spoedeisend belang heeft, gelet op het uitblijven van betalingen en de financiële situatie. Geïntimeerde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan en heeft zich schuilgehouden door frequente adreswisselingen en het gebruik van papieren adressen.
Het hof stelt vast dat andere executiemiddelen onvoldoende resultaat opleverden en dat toepassing van lijfsdwang gerechtvaardigd is om de alimentatievordering af te dwingen. Het vonnis van de voorzieningenrechter wordt vernietigd en appellant krijgt verlof om de beschikking middels lijfsdwang uit te voeren voor een periode van zes maanden. Geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verleent toestemming voor lijfsdwang ter inning van niet-betaalde kinderalimentatie over de periode mei 2007 tot mei 2021 voor zes maanden.