Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
de Stichting,
1.De procedure bij de rechtbank, sector kanton
2.Het geding in hoger beroep
3.Waar gaat de zaak over?
4.De feiten
5.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
6.De motivering van de beslissing in hoger beroep
€ 2.094,18) aan niet betaalde beheerkosten vordert. De kantonrechter heeft vervolgens in rechtsoverweging 3.15 overwogen dat [appellant] in zijn antwoord alleen de onderdelen ‘rente en aflossingen leningen’ en ‘zwembadbijdrage’ heeft betwist. Volgens de kantonrechter zijn voor die twee onderdelen per kwartaal respectievelijk € 49,67 en € 159,77 aan [appellant] in rekening gebracht. Op jaarbasis is dat € 837,76 (€ 198,68 + € 639,08). Als dat bedrag op het gevorderde bedrag over 2015 in mindering wordt gebracht, resteert het bedrag van
€ 1.256,42. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat [appellant] tegen dat deel van de vordering geen verweer heeft gevoerd, zodat dit bedrag in ieder geval door de kantonrechter is toegewezen.
- de gebouwde voorzieningen ten behoeve van alle eigenaren op de ‘gebruikelijke door Emslandermeer BV in overleg met de stichting vast te stellen tijden en voorwaarden geopend zullen zijn’ (sub d), en
- (onder meer) de wegen aan de eigenaren ter beschikking komen (sub e).
De slotsom