ECLI:NL:GHARL:2021:10278

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 november 2021
Publicatiedatum
4 november 2021
Zaaknummer
Wahv 200.282.861/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 76 RVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging overtreding doorgetrokken streep ondanks afwateringssleuven

De betrokkene werd door de officier van justitie gesanctioneerd met een boete van €240 wegens het overschrijden van een doorgetrokken streep op de C.G. Roosweg te Lekkerkerk op 11 december 2019.

De betrokkene stelde dat er geen sprake was van een doorgetrokken streep, aangezien de markering werd onderbroken door afwateringssleuven. Het hof oordeelde op basis van foto’s dat de wegmarkering zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet als dubbele doorgetrokken strepen, ondanks de onderbrekingen door de sleuven.

Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter die het beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor het overschrijden van de doorgetrokken streep ondanks de aanwezigheid van afwateringssleuven.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.282.861/01
CJIB-nummer
: 230504641
Uitspraak d.d.
: 4 november 2021
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 4 augustus 2020, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 december 2019 om 15:27 uur op de C.G. Roosweg in Lekkerkerk met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging niet is verricht, nu geen sprake is van een doorgetrokken streep. De gemachtigde verwijst hierbij naar de door hem overgelegde foto.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 76, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), inhoudende:
"Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, mag niet worden overschreden. Bestuurders mogen zich niet links van een doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of op paden met verkeer in beide richtingen."
4. Het gaat in deze zaak om de vraag of ter plaatse sprake is van een doorgetrokken streep in de zin van artikel 76 RVV Pro 1990.
5. Het hof heeft in bestendige rechtspraak geoordeeld dat voor het antwoord op deze vraag bepalend is of de wegmarkering zich aan de gemiddelde weggebruiker voordoet als een doorgetrokken streep in de zin van artikel 76 RVV Pro 1990.
6. Het hof is - op basis van de door de gemachtigde en de advocaat-generaal overgelegde foto’s van de plaats van de gedraging - van oordeel dat de asstrepen zich op de plaats van de gedraging voordoen als dubbele doorgetrokken strepen. Dat blijkt reeds uit vergelijking van deze strepen met de onderbroken strepen ter linker en ter rechterzijde van de rijbaan. Aan dat oordeel doet niet af dat de doorgetrokken strepen worden onderbroken door zogenaamde afwateringssleuven van enige centimeters. Nu de gedraging verder niet wordt betwist, staat deze vast.
7. Het bezwaar treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.