Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak verzoekt de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige dochter. Het hof verwijst naar eerdere tussenbeschikkingen en rapporten, waaronder een advies van de raad voor de kinderbescherming van 30 juni 2021. Uit een persoonlijkheidsonderzoek blijkt dat de vader een stoornis in het autistisch spectrum (ASS) heeft, waarvoor hij begeleiding en behandeling moet ondergaan. Deze behandeling is recent opnieuw gestart met een wachttijd van acht maanden.
De raad adviseert het hof de beslissing aan te houden voor negen maanden, zodat de vader zijn behandeltraject kan volgen en tegelijkertijd begeleide omgang via een Omgangshuis kan plaatsvinden. De raad benadrukt de noodzaak van goede afstemming tussen de hulpverleners en een neutrale houding van de moeder naar het kind toe, evenals psycho-educatie voor de minderjarige over de problematiek van haar vader.
De vader stemt in met het advies en is gestart met hulpverlening. De moeder verzet zich tegen het aanhouden en verzoekt een nieuwe mondelinge behandeling. Het hof wijst dit verzoek af en volgt het advies van de raad, omdat het in het belang van het kind is contact met de vader te onderhouden. Het hof verwacht inzet van de vader om de trajecten succesvol te doorlopen en verzoekt de raad uiterlijk 1 april 2022 te rapporteren over de voortgang, waarna het hof verder zal beslissen.
Uitkomst: Beslissing over omgangsregeling wordt aangehouden tot 1 april 2022 in afwachting van behandeltraject en begeleide omgang.