ECLI:NL:GHARL:2020:9698
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs illegaal afval storten
In hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter is verdachte verdacht van het illegaal storten van afvalstoffen op of omstreeks 17 maart 2017 in een gemeente. De politierechter had verdachte veroordeeld tot een geldboete en een schadevergoeding aan de benadeelde partij toegekend.
Tijdens de terechtzitting van het hof op 10 november 2020 is het bewijs opnieuw onderzocht. De aangever en een getuige verklaarden dat verdachte met een vrachtwagen afval had gestort, maar verdachte ontkende dit. Fotomateriaal toonde wel afvalstoffen, maar het hof kon niet vaststellen dat deze door verdachte waren gestort of dat het afval bestond uit hout, metaal of plastic zoals tenlastegelegd.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen en sprak hem vrij. Omdat verdachte niet schuldig werd bevonden, kon de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet worden toegewezen. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken en de schadevordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard.