Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie van €230 opgelegd voor rechts inhalen op 17 oktober 2018 op de Rijksweg A7 te Marum. Hij ontkende de gedraging en voerde aan dat hij op dat moment in Nijmegen was voor een bespreking. De ambtenaar die de sanctie oplegde, twijfelde zelf ook over de juistheid van de vaststelling en bezocht de betrokkene later thuis om het voertuig te herkennen.
De betrokkene stelde dat opsporingshandelingen zoals het thuis bellen en bezoeken niet geoorloofd waren volgens de Wahv en dat hij niet op zijn zwijgrecht was gewezen. Het hof oordeelde dat de gegevens onvoldoende zijn om vast te stellen dat de gedraging is verricht, mede door de consistente ontkenning van de betrokkene en het handelen van de ambtenaar.
Daarom vernietigt het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Het beroep van de betrokkene wordt gegrond verklaard en de sanctie komt te vervallen.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens rechts inhalen wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.