ECLI:NL:GHARL:2020:9304
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens negeren rijrichtingsgebod
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €90 opgelegd voor het negeren van een gebod tot het volgen van een aangegeven rijrichting op 18 augustus 2016 te Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
In hoger beroep stelde de gemachtigde dat onvoldoende feiten waren aangevoerd om met zekerheid vast te stellen dat de betrokkene de overtreding had begaan en dat de sanctiebeschikking niet kon blijven bestaan zonder een ambtsedige verklaring. Ook werd aangevoerd dat de verklaring van de ambtenaar dat wegens 'drukte' geen staandehouding had plaatsgevonden onvoldoende was onderbouwd.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar zijn waarneming voldoende had onderbouwd en dat het dossier geen aanwijzingen bevatte die de juistheid van de gegevens betwijfelen. Echter was onvoldoende duidelijk waarom geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Daarom werd de sanctie ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder en vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking. Tevens werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €918,75.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctiebeschikking en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.