ECLI:NL:GHARL:2020:9282
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- O.G.H. Milar
- Ph.A.J. Raaijmaakers
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak op betaling volledige aanneemsom wegens niet opgeleverd werk
Vinkeveens Bouwbedrijf B.V. (VBB) sloot op 18 mei 2017 een aannemingsovereenkomst met [geïntimeerde] voor werkzaamheden aan diens woning. VBB factureerde meerdere termijnen, waarvan een deel onbetaald bleef. [Geïntimeerde] stelde dat het werk niet was afgerond en dat gebreken niet waren hersteld, waardoor hij het resterende bedrag niet verschuldigd was.
De kantonrechter wees de vordering van VBB af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat VBB onvoldoende had aangetoond dat het werk conform de overeenkomst was opgeleverd. De oorspronkelijke betalingsafspraken waren door VBB verlaten, waardoor het recht op betaling afhankelijk was van oplevering.
Omdat het werk niet was opgeleverd en gebreken niet waren hersteld, kon VBB geen aanspraak maken op het resterende bedrag. Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde VBB in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van Vinkeveens Bouwbedrijf B.V. tot betaling van het resterende bedrag wordt afgewezen omdat het werk niet conform overeenkomst is opgeleverd.