AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging sanctie voor ontbreken voorgeschreven markering uitstekende lading op voertuig
De betrokkene vervoerde een skiff op het dak van haar auto zonder het wettelijk voorgeschreven markeringsbord, maar met een knaloranje hoes met rode vlaggetjes. Zij kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het ontbreken van de vereiste markering bij uitstekende lading.
De betrokkene voerde aan dat de ambtenaren onrechtmatig hadden gehandeld door zonder toestemming een privéterrein te betreden en dat het bewijs daardoor onrechtmatig verkregen was. Ook stelde zij dat haar alternatieve markering voldoende zichtbaar en veilig was en verwees naar eerdere situaties waarin zij zonder sanctie mocht doorrijden.
Het hof oordeelde dat het ontbreken van het voorgeschreven markeringsbord vaststaat en dat de alternatieve markering niet als toegestaan alternatief geldt. Het betreden van het privéterrein zonder toestemming leidt niet tot bewijsuitsluiting. De sanctie is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €140 wegens het ontbreken van het voorgeschreven markeringsbord op de uitstekende lading.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.269.736/01
CJIB-nummer
: 222789698
Uitspraak d.d.
: 10 november 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 24 september 2019, betreffende
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [A] .
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.
Het verloop van de procedure
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 140,- opgelegd voor: “voertuig/samenstel niet voorzien van vereiste markering bij (in lengte ondeelbare) uitstekende lading (feitcode P130d)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 januari 2019 om
10:33 uur op de Frederik Hendriklaan in Haarlem met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene voert aan dat de ambtenaren haar alleen hebben kunnen verbaliseren door het bord “verboden toegang voor onbevoegden (artikel 461 vanPro het Wetboek van Strafrecht)” te negeren. Nu de ambtenaren niet om toestemming hebben gevraagd om het privéterrein van de roei- en zeilvereniging te betreden hebben zij onrechtmatig gehandeld en is het bewijs onrechtmatig verkregen. Daar komt bij dat de ambtenaren de gedraging feitelijk pas hebben geconstateerd op het privéterrein. Daarvoor bestond slechts een vermoeden. De betrokkene stelt dat de persoonlijke integriteit dient te worden gerespecteerd en dat er geen hoger veiligheidsbelang was die overtreding van artikel 461 vanPro het Wetboek van Strafrecht en artikel 8 vanPro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) rechtvaardigde. Verder voert de betrokkene aan dat zij vanaf 2001 haar skiff op het dak van de auto vervoert. Zij heeft speciaal een knaloranje hoes met rode vlaggetjes laten maken om de lading goed zichtbaar te doen zijn. De betrokkene is eerder door de politie benaderd maar er was nooit reden voor een bekeuring en altijd mocht ze doorrijden. Zij was dan ook in de veronderstelling met haar kleurige en gevlagde hoes aan de regels te voldoen en niet in overtreding te zijn. Tot slot verwijst de betrokkene naar een uitspraak van 17 maart 2008 van de kantonrechter te Utrecht waarin het sanctiebedrag is gematigd.
3. De betreffende gedraging is een overtreding van artikel 5.1.2 in samenhang met artikel 5.18.13 van de Regeling voertuigen (RV).
4. Artikel 5.1.2 RV - voor zover hier van belang - luidt:
Het is de bestuurder van een voertuig of een samenstel van voertuigen verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien niet wordt voldaan aan de in afdeling 18 van dit hoofdstuk ten aanzien van het gebruik van voertuigen of samenstellen van voertuigen van de categorie of categorieën, waartoe die voertuigen behoren, gestelde eisen.
5. Artikel 5.18.13 RV - voor zover hier van belang - luidt:
1. In afwijking van artikel 5.18.12 mag, voor zover niet op andere wijze op het voertuig of samenstel van voertuigen dan wel voor zover niet binnen de afmetingen van het voertuig of samenstel van voertuigen kan worden geladen, bij het vervoer van in de lengte ondeelbare lading:
a. de lengte van de vervoerde lading meer bedragen dan ingevolge artikel 5.18.12, eerste lid, is toegestaan, waarbij:
(…)
6°. de lading die voor of achter het voertuig meer dan 1,00 m uitsteekt, aan de voorzijde respectievelijk aan de achterzijde moet zijn voorzien van een markering die voldoet aan het bepaalde in bijlage VIII, artikelen 130 tot en met 133.
a. een vierkant bord van ten minste 0,42 m bij 0,42 m, voorzien van parallel lopende diagonale strepen die afwisselend wit en fluorescerend of retroreflecterend rood zijn, en een breedte hebben van niet minder dan 0,07 m en niet meer dan 0,10 m, en
b. ten minste één wit respectievelijk rood licht, indien het vervoer bij nacht plaatsvindt.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Wij zagen be (het hof leest: betrokken) voertuig rijden. Wij zagen dat er een kano op het dak van het voertuig lag. Wij zagen dat deze kano aan de voorzijde van de auto meer dan 1 meter uitstak. Wij zagen dat de kano aan de achterzijde van de auto meer dan 2 meter uitstak. Wij zagen dat de kano aan de achterzijde niet was voorzien van een markeringsbord. (…)
Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)
Verklaring betrokkene: Ik moet wel zo rijden. Anders kan ik mijn hobby niet uitvoeren.”
8. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 31 mei 2019 waarin de ambtenaren - voor zover hier relevant - het volgende verklaren:
“Er is geen sprake van een gedoogbeleid op dit gebied. De locatie waar wij de betrokkene hebben staande gehouden is bij de roeivereniging (…). Echter, zagen wij de betrokkene al geruime tijd rijden voordat zij parkeerde bij de roeivereniging. Dit was enkele minuten voordat de betrokkene arriveerde bij de roeivereniging. Het is ons niet exact bekend welke route de betrokkene precies gereden heeft. De Frederik Hendriklaan ligt in de nabije omgeving van de roeivereniging en is de locatie van constatering geweest. Zoals op de fotobijlage te zien is steekt de skiff dan wel kano overduidelijk meer dan een (1) meter uit aan de achterzijde van het voertuig van de betrokkene. Het uitstekende gedeelte is door ons niet exact opgemeten. Ons is bekend hoe lang een (1) meter is. Dit omdat ik, verbalisant (…), een meter zesenzeventig (1.76) meter lang ben. Hierdoor kon ik zien dat het uitstekende gedeelte aan de achterzijde zeker langer was dan een (1) meter. De oranje/rode hoes geldt niet als markeringsbord dat voldoet aan de eisen. De verklaring van de betrokkene is letterlijk door ons overgenomen en genoteerd.”
9. De ambtenaar heeft foto’s bijgevoegd die hij ter plaatse heeft gemaakt evenals een door beide ambtenaren ondertekende kennisgeving van beschikking.
10. Het hof stelt voorop dat de enkele omstandigheid dat de ambtenaren zouden hebben gehandeld in strijd met artikel 461 vanPro het Wetboek van Strafrecht en artikel 8 vanPro het EVRM door het terrein van de roeivereniging te betreden, niet meebrengt dat hetgeen daardoor ter vaststelling van de gedraging als bewijsmiddel is verkregen van het bewijs moet worden uitgesloten. Van een inbreuk op de in artikel 6 vanPro het EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces is geen sprake (vergelijk overweging 2.4.2 van het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2013, gepubliceerd op rechtspraak.nl ECLI:NL:HR:2013:BY5322).
11. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene erkent dat zij niet de vereiste markering had aangebracht op de achter haar voertuig uitstekende lading, staat vast dat de gedraging is verricht.
12. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof vervolgens te beoordelen of er redenen zijn die aanleiding geven om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
13. Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden niet haar keuze om in afwijking van de voorgeschreven markering de skiff, en daarmee de uitstekende lading, te voorzien van een knaloranje hoes met rode vlaggetjes. Het voorgeschreven markeringsbord bezit de kenmerken die de regelgever noodzakelijk heeft geacht om uitstekende lading op een zo veilig mogelijke manier te vervoeren. Het staat de betrokkene niet vrij om een andere markering te voeren, ook niet wanneer zij die zichtbaarder of veiliger acht. De omstandigheid dat de betrokkene in een eerdere situatie geen sanctie opgelegd heeft gekregen maar mocht doorrijden van de ambtenaar maakt niet dat zij erop mocht vertrouwen dat dit een volgende keer weer het geval zou zijn. Indien de betrokkene, zoals zij stelt, niet op de hoogte was van de juiste interpretatie van de huidige regelgeving, had het op haar weg gelegen om zich daarover te (laten) informeren. Dat de betrokkene dit kennelijk heeft nagelaten, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor haar rekening komen.
14. Dat de ambtenaren het privéterrein van de roeivereniging hebben betreden zonder toestemming van die rechthebbende, maakt - wat daar verder ook van zij - niet dat oplegging van de sanctie aan de betrokkene achterwege moet blijven of dat het bedrag van de sanctie moet worden gematigd.
15. Gelet op het voorgaande is niet gebleken van feiten of omstandigheden die het achterwege laten van de sanctie of matiging van het bedrag daarvan rechtvaardigen. De kantonrechter heeft dan ook een juiste beslissing genomen. Het hof zal die beslissing bevestigen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.