De ouders zijn in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel die het ouderlijk gezag over hun minderjarige kind heeft beëindigd en de William Schrikker Stichting tot voogd heeft benoemd. Tevens is een omgangsregeling vastgesteld waarbij de ouders eenmaal per maand onder begeleiding contact mogen hebben met het kind.
Het hof overweegt dat de ouders ondanks hun liefde voor het kind momenteel niet in staat zijn de verzorging en opvoeding adequaat te dragen, en dat terugplaatsing niet mogelijk is gezien de behoefte van het kind aan rust, structuur en veiligheid. Het kind woont al meer dan zeven jaar bij pleegouders en heeft daar een veilige en stabiele omgeving.
Hoewel de ouders een andere voogd wensen en een ruimere omgangsregeling bepleiten, acht het hof de William Schrikker Stichting als meest geschikte voogd en ziet het geen ruimte voor uitbreiding van de omgang zolang niet aan voorwaarden zoals samenwerking met pleegouders en behandeling van agressieproblemen is voldaan.
Het hof wijst de verzoeken van de ouders af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank. De omgangsregeling blijft zoals vastgesteld en de voogdij blijft bij de William Schrikker Stichting.
Deze beslissing benadrukt het belang van stabiliteit en continuïteit voor het kind boven de wensen van de ouders, conform de wettelijke bepalingen en internationale kinderrechtenverdragen.