Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder ,
Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen beschikkingen van de kinderrechter die de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bij de vader hebben toegestaan en de zorg- en opvoedingstaken hebben verdeeld.
De moeder betwist de rechtmatigheid en proportionaliteit van de uithuisplaatsing en verzoekt om wijziging van de zorgregeling naar een 50/50-verdeling of een uitgebreid weekend bij haar. De gecertificeerde instelling (GI) en het hof oordelen dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege ernstige communicatieproblemen tussen de ouders, loyaliteitsconflicten en zorgen over de identiteitsontwikkeling van het kind.
Het hof stelt vast dat de moeder onvoldoende opvoedingsklimaat biedt en dat de huidige regeling, waarbij het kind doordeweeks bij de vader verblijft en in het weekend bij de moeder, het minst belastend is. De gevraagde wijziging van de zorgregeling wordt afgewezen omdat deze niet met alle betrokkenen is besproken en mogelijk onrust veroorzaakt.
Daarmee faalt het hoger beroep van de moeder en worden de beschikkingen van 20 februari 2020 en 9 april 2020 bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing bij de vader en handhaaft de bestaande zorgregeling, het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.