Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van een minderjarige is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter om de ondertoezichtstelling van haar zoon met een jaar te verlengen. De kinderrechter had deze verlenging op 4 juni 2020 uitgesproken wegens ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en het niet voldoende accepteren van noodzakelijke zorg door de moeder.
In hoger beroep heeft het hof de stukken bestudeerd en de mondelinge behandeling op 20 oktober 2020 gehouden. De moeder werkt inmiddels samen met de jeugdbeschermer en heeft vooruitgang geboekt, maar volgens de jeugdbeschermer is deze vooruitgang nog onvoldoende om het kind zonder toezicht op te voeden. De moeder verblijft momenteel in een instelling met 24-uurs zorg en wacht op een eigen woning met intensieve begeleiding.
Het hof oordeelt dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft omdat de ontwikkelingsbedreiging nog niet structureel is aangepakt en het perspectiefonderzoek naar een veilige woonplek nog moet plaatsvinden. De situatie van de moeder wordt als zorgelijk gezien en er is onvoldoende informatie over haar opvoedcapaciteiten. Daarom wordt de verlenging van de ondertoezichtstelling bekrachtigd tot 7 juni 2021.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 7 juni 2021 wordt bekrachtigd.