ECLI:NL:GHARL:2020:8788
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in bestuursstrafzaak
In deze bestuursstrafzaak heeft de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de inleidende beschikking van de officier van justitie niet-ontvankelijk heeft verklaard. De reden voor de niet-ontvankelijkheid was het ontbreken van een machtiging waaruit blijkt dat de gemachtigde namens de betrokkene mocht optreden.
De kantonrechter had ondanks deze niet-ontvankelijkverklaring ook inhoudelijk op de gronden van het beroep tegen de inleidende beschikking gereageerd. Het hof oordeelt dat de kantonrechter daarmee buiten de grenzen van het geschil is getreden en dat deze inhoudelijke overwegingen als overwegingen ten overvloede moeten worden beschouwd waartegen in hoger beroep niet kan worden opgekomen.
Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af, omdat de betrokkene niet in het gelijk is gesteld. De advocaat-generaal heeft geen verweerschrift ingediend. Het arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting te Leeuwarden.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens ontbreken van een machtiging en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.