Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van mr. Crozier van 2 juni 2020;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders die gezamenlijk het gezag uitoefenen over twee minderjarige kinderen. De moeder had in eerste aanleg een omgangsregeling toegewezen gekregen die zij had verzocht. Vervolgens stelde zij hoger beroep in om de omgangsregeling te wijzigen.
Tijdens de procedure heeft het hof vastgesteld dat de moeder in eerste aanleg reeds toegewezen heeft gekregen wat zij verzocht. De moeder kan het hoger beroep niet inzetten om alsnog af te zien van haar verzoek en de beschikking ongedaan te maken. Dit is vaste jurisprudentie. De moeder erkende dit tijdens de mondelinge behandeling en gaf aan dat zij in plaats van hoger beroep had kunnen kiezen voor een nieuw verzoek bij de rechtbank.
Het hof heeft het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk verklaard. De moeder had de mogelijkheid om een nieuw verzoek in te dienen bij gewijzigde omstandigheden, maar het instellen van hoger beroep om de beschikking te wijzigen is niet toegestaan. De beslissing is gegeven door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 oktober 2020.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de omgangsregeling.