ECLI:NL:GHARL:2020:8590
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctie wegens onvoldoende bewijs staandehouding motorscooter op fietspad
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €140 opgelegd omdat hij als bestuurder van een motorscooter op het fietspad reed, wat volgens de officier van justitie een overtreding is. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
De gemachtigde van de betrokkene stelde hoger beroep in en voerde aan dat de enkele verklaring van de ambtenaar dat de motorscooter op het fietspad reed onvoldoende is om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. Volgens artikel 5 van Pro de Wahv moet de ambtenaar de bestuurder staande houden en diens identiteit vaststellen, tenzij er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding.
Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar onvoldoende was om aan te nemen dat staandehouding niet mogelijk was. Er waren geen feiten of omstandigheden in het dossier die dit ondersteunden. Het hof vond het niet nodig om nader onderzoek te doen en concludeerde dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene was opgelegd.
Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €918,75 aan de betrokkene.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de sanctie en verklaart het beroep gegrond wegens onvoldoende bewijs van onmogelijkheid tot staandehouding.