Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Na ontbinding van het huwelijk van partijen in 2013 en het vaststellen van een co-ouderschapsregeling, verzocht de moeder om wijziging van de hoofdverblijfplaats van hun kind [de minderjarige1] naar haar adres en om een hogere alimentatiebijdrage van de vader.
De rechtbank had dit verzoek afgewezen en de alimentatie vastgesteld op een lager bedrag met toepassing van een forfaitaire zorgkorting van 35%. In hoger beroep heeft het hof overwogen dat het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats niet wordt toegewezen, mede omdat de kinderen feitelijk bij beide ouders verblijven en de moeder haar verzoek vooral baseert op financiële motieven.
Het hof benadrukt het belang van duidelijke financiële afspraken binnen het co-ouderschap en wijst het verzoek tot een hogere zorgkorting af, omdat de moeder onvoldoende heeft onderbouwd waarom van het forfaitaire systeem moet worden afgeweken.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot wijziging van de hoofdverblijfplaats af en bekrachtigt de alimentatiebijdrage met toepassing van de forfaitaire zorgkorting.