Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders van de 11-jarige minderjarige zijn al ruim tien jaar verwikkeld in een heftige en langdurige ouderlijke strijd, gekenmerkt door veel spanning, juridische procedures en gebrekkige communicatie. Na de echtscheiding in 2010 woonde het kind aanvankelijk bij de moeder, maar sinds 2017 is het hoofdverblijfplaats bij de vader. Diverse hulpverleningsinitiatieven, waaronder mediation en gezinspsychotherapie, hebben onvoldoende verbetering gebracht. Sinds juli 2018 heeft het kind geen contact meer met de moeder.
Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming is het kind onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland. Het hof constateert dat de ouders niet in staat zijn gezamenlijk gezag uit te oefenen en dat het belang van het kind vraagt om beëindiging van het gezamenlijk gezag en toewijzing van eenhoofdig gezag aan de vader. Dit moet rust brengen en verdere strijd beperken.
Met betrekking tot de omgangsregeling stelt het hof vast dat het ontbreken van contact tussen moeder en kind niet in het belang van het kind is. Daarom wordt de omgang onder regie van de gecertificeerde instelling vastgesteld, met als doel contactherstel. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof beslist in hoger beroep dat het gezag aan de vader wordt toegekend en de omgang onder toezicht plaatsvindt.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend met omgang onder toezicht van de gecertificeerde instelling.