ECLI:NL:GHARL:2020:8187

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 oktober 2020
Publicatiedatum
9 oktober 2020
Zaaknummer
Wahv 200.236.966
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing kantonrechter inzake ingetrokken beroep niet-ontvankelijk verklaard

De betrokkene, vertegenwoordigd door een gemachtigde, stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen de officier van justitie ongegrond verklaarde. De gemachtigde voerde aan dat het beroep reeds op 18 maart 2018 was ingetrokken, maar deze brief ontbrak in het dossier van de rechtbank.

Bij het hoger beroep overlegde de gemachtigde een afschrift van de intrekkingsbrief en een faxbevestiging van verzending. Het hof achtte op grond van deze stukken aannemelijk dat het beroep op tijd was ingetrokken. Hierdoor handelde de kantonrechter onjuist door alsnog op het beroep te beslissen.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af, aangezien de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. Het arrest werd gewezen door rechter Wijma en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter omdat het beroep was ingetrokken en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.236.966/01
CJIB-nummer
: 205679739
Uitspraak d.d.
: 9 oktober 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 22 maart 2018, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft beslist op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Dat beroep was immers bij brief van 18 maart 2018 ingetrokken.
2. De brief van 18 maart 2018 bevindt zich niet in het dossier zoals het hof dat van de rechtbank heeft ontvangen. Bij het hoger beroepschrift heeft de gemachtigde een afschrift overgelegd van die brief en een faxbevestiging van de verzending ervan d.d. 18 maart 2018. De brief van
18 maart 2018 is gericht aan het in de correspondentie van de rechtbank vermelde faxnummer, vermeldt dat het betreft de zitting in de zaak van “ [de betrokkene] B.V.” alsmede het CJIB-nummer en het nummer waaronder de zaak bij de rechtbank bekend is. De brief houdt in de mededeling dat hierbij het bovenvermelde beroep wordt ingetrokken.
3. Het hof acht op grond van de door de gemachtigde in hoger beroep overgelegde stukken voldoende aannemelijk dat de gemachtigde op 18 maart 2018 het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie in de onderhavige zaak heeft ingetrokken. De kantonrechter heeft daarom ten onrechte op dat beroep beslist. Het hof zal die beslissing dan ook vernietigen.
4. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3336).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.