ECLI:NL:GHARL:2020:8134
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen poging zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs
In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland is verdachte verdacht van medeplegen van poging tot zware mishandeling van een medegedetineerde op 18 november 2016. De rechtbank had verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf en gelastte de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
Het hof heeft het bewijs opnieuw onderzocht, waarbij onder meer verklaringen van aangever en getuigen, bloedsporenonderzoek en foto’s van de handen van verdachte zijn betrokken. Hoewel er aanwijzingen waren die betrokkenheid suggereerden, kon het hof niet met redelijke twijfel vaststellen dat verdachte daadwerkelijk deelnam aan het geweldsincident.
Met name het ontbreken van bloedspatten met DNA van het slachtoffer op de kleding van verdachte en onduidelijkheid over zijn aanwezigheid in de cel tijdens het incident waren doorslaggevend. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank, sprak verdachte vrij en wees de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wordt afgewezen.